Op zondag 19 april 2026 gaf Johan de Wit deze overdenking mee over angst en fascisme. Hij spreekt over angst voor fascisme maar ook over de angst voor verlies: van financiële status, van vertrouwen in de toekomst en onze vrijheid. Over het verlies van het vertrouwen in iets anders dan de politiek, onszelf en de wetenschap. En over het niet hebben van kennis over de ziel en liefde. Geloven kan een tegenwicht zijn. Johan:
“In de passage die ik las, wordt gezegd dat volken onderdrukt worden en dat leiders hun macht misbruiken. Wij leven in een wereld waarin dit soort leiders aanwezig zijn en hun optreden vervult ons met grote ongerustheid.
In het boekje “Dit is fascisme” van politicologe Rosan Smits wordt verslag gedaan van haar onderzoek naar fascisme en de vertegenwoordigers daarvan. In de inleiding schetst ze de hoofdlijnen van wat zij onder fascisme verstaat.
De ingrediënten van fascisme zijn telkens dezelfde: een verlangen naar een geromantiseerd mythisch verleden (make America great again, breng de Sovjet Unie van vroeger terug), een diepe minachting voor de werkelijke feiten en de beschuldiging dat linkse elites en minderheden samenspannen om het land ten gronde te richten.
Het fascisme is moeilijk te bestrijden omdat het geen duidelijke ideologie heeft, het is een vergaarbak van tegenstrijdigheden. Wat een fascistische leider vertelt hoeft niet te kloppen met de werkelijkheid. Als hij een gevoelige snaar raakt is dat voldoende. Hij speelt uitsluitend in op emoties: woede, wraak, onzekerheid, angst en trots. Eigen volk eerst, de grenzen dicht, journalisten en rechters zijn onze vijand, een sterke leider is wat wij nodig hebben. Het zijn kreten die je uit de mond van Trump en de zijnen en dictators elders in de wereld herhaaldelijk kunt beluisteren.
De politiek die deze leiders voor ogen hebben is een politiek van haat, vijandschap en ontmenselijking. Politiek die de democratie reduceert tot een tirannie van de meerderheid en voor de belangen van minderheden geen enkele belangstelling heeft. Als je het over fascisme hebt, denken de meeste mensen dat het zo’n vaart niet zal lopen omdat ze zich dan de beelden van Nazi-Duitsland herinneren van extatische mensen massa’s, bruinhemden, swastika’s knokploegen en de Hitlergroet. Zo erg zal het bij ons toch niet worden is dan de gedachte. Maar zo erg kan het wel worden als we niet waakzaam blijven en blijven strijden tegen het overal oprukkende fascisme.
Ik wil er nu niet al te lang bij blijven stilstaan maar ik heb aan dit onderwerp aandacht besteed in een artikel voor de vrijzinnigheid.
Intussen zijn we wel bang, met name voor het verlies van het leven dat we nu leiden. We leven in vrijheid, we hebben een redelijke welvaart en we willen dat graag zo houden. Maar misschien is het goed om voor ogen te houden dat er ook nog zo iets is als een geestelijk leven. Je geestelijk leven wordt niet in stand gehouden door eten en drinken, hoe noodzakelijk dat ook is, je geestelijk leven zit in jezelf en het gaat erom dat je dat blijft voeden. Angst voedt dat leven niet, maar belemmert het in de groei.
Ik hoor en lees bijvoorbeeld heel veel over angst. Angst voor onze voorzieningen als er steeds meer vluchtelingen het land binnenkomen. Angst voor het verlies van pensioen, angst voor het behouden van je werk en je inkomen en angst voor terrorisme. Angst voor de vraag of we wel kunnen houden wat we hebben.
Ook in onze relaties met een ander zit heel vaak angst. Laat ik maar niet reageren op wat hij of zij nu weer te zeggen had, want het maakt het alleen maar moeilijker, misschien komt er ruzie van. Ik kan er toch niet tegenop, laat ik me dus maar schikken. Het zijn natuurlijk geen verkeerde aanvechtingen en het is begrijpelijk dat mensen zich zorgen maken over hun materiële toekomst of het bewaren van de onderlinge lieve vrede, maar zouden we ons ook niet eens moeten afvragen of het wel goed is om die angst voor alles en nog wat in stand te houden en te cultiveren? Want cultiveren, dat doen we.
Ghandi heeft ooit eens gezegd dat onze kinderen, voordat we ze leren lezen en schrijven, zouden moeten weten wat de ziel is, wat waarheid is, wat liefde is en welke krachten in de ziel verborgen zijn. Voor elke werkelijke opvoeding zou dat van groot belang zijn, aldus Ghandi.
Zo’n opvoeding heb ik als kind niet gehad. En misschien heeft u die ook niet gehad. Veel van onze tijdgenoten hebben een jeugd gehad die in het teken stond van het verwerven van praktische kennis, kunde en vaardigheden om jezelf daarmee een bestaan te verwerven. Natuurlijk helemaal niet verkeerd, maar voor die waarheid en liefde van Ghandi was niet zo erg veel aandacht.
Angst is het tegengestelde van geloof en vertrouwen. Dat geloof en vertrouwen lijken steeds meer te verdwijnen en ik heb me afgevraagd waardoor dat komt. Er zijn wel een paar dingen te noemen.
Wij, zoals wij hier zitten, hebben vaak geen ouders meer. Wij zijn zelf ouders. Maar hoe velen van ons zullen durven te zeggen dat zij hun kinderen het vertrouwen durfden te geven dat uiteindelijk alles zich wel ten goede zal keren? Dat vertrouwen hebben wijzelf niet meer en alleen de liefde voor onze kinderen houdt de band met hen in stand. Maar ik denk dat wij niet meer hun toevlucht voor goede raad en daad zijn in alles wat hen overkomt.
God biedt ook geen houvast meer. Het begon bij de mensen die de kerken niet meer als hun gids voor het levenspad zagen en het zette zich door in de kerken zelf. Ook daar is de twijfel aan het bestaan van God het onderwerp van uitvoerige en geleerde discussies.
Geen god, geen ouderlijk voorbeeld van betekenis, geen duidelijke richting. Ongeloof is de norm, maar wat komt er voor in de plaats. De wetenschap zou de leegte moeten invullen, maar de wetenschap kan die taak niet aan. Een uitspraak als “Wij zijn ons brein”, de titel van een spraakmakend boek over onze hersenen, helpt ons niet verder als het gaat om de vraag wat ik met mijn leven wil, wat ik ermee aan moet en wie mij daarbij kan helpen.
Hoe mooi en fascinerend de wetenschap ook is, zij kan alle aspecten van de werkelijkheid niet volledig beschrijven of verklaarbaar maken. Liefde en schoonheid, zuiverheid en oprechtheid van intenties, het zijn gebieden die de wetenschap niet kan betreden.
Die niet te betreden gebieden vallen onder het gezag van de intuïtie, van de religieuze ervaringen. Maar dat gezag wordt weggeredeneerd door het alomtegenwoordige vooruitgangsdenken.
Gestimuleerd door het Darwinisme, omarmd door moderne filosofen en uitgebuit door de marketingeconomie waaronder wij al tientallen jaren gebukt gaan. Ik moet dat wel een beetje toelichten, want in één zin gezegd klinkt dat wel een beetje pedant. De mensen van nu hebben doorgaans langer gestudeerd dan vroeger en daardoor is het positieve denken uit vroeger eeuwen, wat erop neerkwam dat alles altijd beter zal worden, via de lesboeken overgenomen in onze denkpatronen; maar daarbij is te weinig de vraag gesteld of dat ook wel zo is.
Sinds Darwin is een nieuw soort geloof ontstaan, het geloof dat alle levende wezens zich evolueren tot het wezen dat zij uiteindelijk willen zijn. Darwin heeft dit zelf nooit beweerd, maar het heeft geleid tot de breed gedeelde gedachte dat alles wat zich op deze aarde beweegt, vooral de mens, moet streven naar vooruitgang totdat hij erbij neervalt.
Deze drijfveren hebben zich vertaald in wat concreet en tastbaar was: meer geld, meer winst, meer omzet en meer prestatie. De geestelijke component, de toestand van de ziel is in dat proces meer en meer verwaarloosd en we worden daar nu mee geconfronteerd door onze angst voor donkere tijden. En die angst zelf versterkt op zich weer, maakt ons nog banger dan we al zijn.
Twijfel en onzekerheid, de meeste mensen kunnen daar niet mee leven. Als ze ergens niet meer in geloven, wisselen ze dat in voor een ander geloof: geloof in prestaties, geloof in een revolutie of geloof in een populistische leider. De angst moet ergens heen en zoekt beschutting door schijnbare zekerheden aan te hangen.
Religie heeft mede het loodje gelegd omdat religie die schijnbare zekerheden niet geeft. Twijfel hoort bij religie omdat religie ongrijpbaar is en niets anders dan een steeds veranderende toestand van de ziel. Zo’n toestand kun je alleen aan als je geestelijk sterk in je schoenen staat. Als je vertrouwen hebt en daarom optimistisch durft te zijn.
Wanneer veel mogelijk lijkt voor je. Alleen dat waarvan je droomt, kun je uiteindelijk ook ervaren. Wat je nooit hebt gedroomd, dat komt niet in je leven voor, het begint allemaal bij je verbeeldingskracht. Wat niet in je verbeeldingskracht zit, dat kun je ook niet tot leven brengen.
En die verbeeldingskracht lijkt weg. Mensen geloven niet meer in de geloofwaardigheid van de politiek, in de houdbaarheid van ons staatsbestel en in het ideaal van een groot verenigd Europa. De tijden waarin we leven zijn er ook niet naar om de toekomst met vertrouwen tegemoet te zien. Op het wereldtoneel opereren leiders die alleen maar uit zijn op macht en zelfverrijking. Ze misleiden hun volken met leugens en nepnieuws en iedere tegenstem wordt met geweld onderdrukt. We kennen de beelden en de berichten over deze leiders.
Maar geloven kan een tegenwicht zijn.
Ik geloof zelf dat achter, boven en onder onze waarneembare werkelijkheid nog een werkelijkheid schuilgaat die zich niet laat inkapselen in de ideeën van narcistische heersers, maar zich blijvend in onze geest kan nestelen.
Je kunt die geheime en ontastbare wereld waar ik in geloof God noemen, het eeuwige of het grote en ondoorgrondelijke geheim, dat doet er niet toe. Maar als je bereid bent om daarvoor open te staan voor die geheimzinnige buitenwerkelijkheid die je god kunt noemen, dan kun je je geest voeden met geloof en vertrouwen.
Met dat geloof en vertrouwen kun je de angst bestrijden en dat wat je steeds weer overstijgt in de wereld waarin je leeft, hanteren. Met de wetenschap dat niets en niemand kan bepalen wat zich in jouw geest bevindt, want die voed jij zelf, zonder tussenkomst van wie dan ook. Het is het enige leven waarin je vrij bent, onder alle omstandigheden. Alle onderdrukking en knevelarij van leiders die niet willen dienen maar heersen ten spijt.”