Voorganger: ds Pieter Lootsma

Organist: Gerard Zwart

m.m.v. familie Maurer op piano en viool

inleiding op de dienst

Vanmorgen wil ik het met u hebben over de vraag hoe het ondanks de angst, de onzekerheid en de verwarring die bij onze tijd horen, het toch mogelijk is om hoop te houden, om te blijven geloven dat het leven ertoe doet en dat het ons ergens brengen zal.

Hoop zouden we kunnen definiëren als vertrouwensvol verlangen naar iets dat verborgen is in de toekomst.

In Trouw van een paar weken geleden stond een artikel over dit onderwerp. Of eigenlijk, een verslag van een gesprek tussen twee leden van het zogenaamde filosofisch elftal dat met een zekere regelmaat actuele onderwerpen bespreekt. Dit keer zijn dat Désanne van Brederode en Paul van Tongeren. Ik lees een paar passages uit dat artikel voor:

De volksopstand in Wit-Rusland gaat nog steeds door, ondanks het eerdere harde optreden van president Loekasjenko tegen de demonstranten. Zowel de oppositie als vele burgers zijn vastberaden om na 26 jaar een einde te maken aan zijn heerschappij. Hun standvastigheid laat zien dat mensen vanuit hoop op een betere toekomst tot veel in staat zijn. Wanneer hun hoop het blijft winnen van angst, is verandering wellicht mogelijk. Maar hoe gaat hoop houden eigenlijk in zijn werk? En hoe zorg je ervoor dat hoop het wint van angst of onverschilligheid?

“Het thema hoop is in onze cultuur opvallend vaak uitgewerkt door joodse en christelijke denkers”, zegt Paul van Tongeren, emeritus-hoogleraar ethiek in Nijmegen en Leuven. “Thomas van Aquino is daar één van. Hij probeerde hoop als een deugd te formuleren. Hoop lag volgens Thomas tussen hoogmoed en berusting in. Hoop is daarmee een soort actief geduld. Je leunt niet berustend achterover, denkend dat het allemaal wel goed komt of dat het allemaal toch geen zin heeft. Maar je wordt ook niet overmoedig, denkend dat jij zelf de verandering per direct tot stand kunt brengen. Dan slaat hoop om in revolutionair geweld. In de geschiedenis hebben we gezien dat daarmee vaak een volgend probleem ontstaat.

‘Mensen in een hopeloze situatie hebben er niks aan als jij mooi filosofisch kan praten over rooskleurige vooruitzichten. Ik zie hoop lang niet altijd zo positief”, zo reageert schrijver en filosoof Désanne van Brederode. “Mij valt op dat mensen die zich weinig verdiepen in oorlogen en dictaturen over hoop kunnen praten op een manier waarvan ik denk: je hebt geen idee waar je het over hebt. Ik zet me nu acht jaar in voor Syrië samen met het Syrische Comité. Soms komt er iemand voor het eerst naar een lezing, om vervolgens te verkondigen dat hij hoop heeft voor Syrië. Dan denk ik: ‘Ja, dat is makkelijk als je geen idee hebt wat daar precies aan de hand is’. Ik heb moeite met dergelijke naïeve hoop. Dat is een vorm van escapisme, die ervoor zorgt dat je met een serene glimlach op de lippen en een traan van ontroering lekker kunt gaan slapen. Hoop kan verbonden zijn aan je eigen leven, maar gaat vaak gepaard met het leven van anderen; bijvoorbeeld als wij zeggen dat we hoop hebben voor Syrië of Wit-Rusland. Hoop moet daarom aansluiten bij wat de betrokkenen zelf nodig hebben. Ik heb gemerkt dat hoop gepaard gaat met je goed verdiepen in een situatie en het bijbehorende kwaad in de ogen durven te kijken – en jezelf dán verplichten om realistisch te zoeken naar ruimte voor positieve verandering. Hoop is niet alleen een gevoel, het is ook een inspanning.”

‘Het gaat er om een valse hoop van een goede hoop te onderscheiden’

In deze opvatting is de hoop een illusie waarmee je jezelf voor de gek houdt. In de geschiedenis van het denken komt deze opvatting ook sterk terug bij rationalistische filosofen uit de moderne tijd – zoals Descartes, Spinoza en Hume – en in de religiekritiek uit de negentiende eeuw. Het gaat er dus om een valse hoop van een goede hoop te onderscheiden.”

Van Brederode: “Begrijp me niet verkeerd, ik hou van hoop. Naast mijn afkeer van naïeve hoop leeft in mij ook een liefde voor realistische, volwassen hoop. Maar juist omdat hoop zo kostbaar is, mag het nooit goedkoop en vrijblijvend worden. Hoop is voor mij vergelijkbaar met geluk: het is geen toestand waarin je je simpelweg bevindt, maar bestaat uit momenten als parels, die je zelf aan een ketting moet rijgen. Die parels komen je niet zomaar aanwaaien. Je moet er moeite voor doen en ze vergen onderhoud. Je moet telkens krachten in jezelf en elkaar aanspreken om te blijven zien hoe het zou kunnen zijn, en je niet laten neermaaien door alle andere scenario’s. Je moet ervoor reflecteren op de situatie waarin je je bevindt. En je moet blijven handelen naar je idealen, vanuit betrokkenheid en realiteitsbesef. Hoop houden is dus hard werken.”

schriftlezing

1 Korinthe 13: 8De liefde zal nooit vergaan. Profetieën zullen verdwijnen, klanktaal zal verstommen, kennis verloren gaan – 9want ons kennen schiet tekort en ons profeteren is beperkt. 10Wanneer het volmaakte komt zal wat beperkt is verdwijnen. 11Toen ik nog een kind was sprak ik als een kind, dacht ik als een kind, redeneerde ik als een kind. Nu ik volwassen ben heb ik al het kinderlijke achter me gelaten. 12Nu kijken we nog in een wazige spiegel, maar straks staan we oog in oog. Nu is mijn kennen nog beperkt, maar straks zal ik volledig kennen, zoals ik zelf gekend ben. 13Ons resten geloof, hoop en liefde, deze drie, maar de grootste daarvan is de liefde.

overweging

In een liedje over zijn oorlogsherinneringen zingt Seth Gaaikema op een gegeven moment: ‘De hoop is niet op rantsoen; dáár kunnen de moffen niks tegen doen’. Wat hij daarmee suggereert, is dat boze krachten buiten ons ons onze hoop niet kunnen ontnemen. Maar ik zal u zeggen dat ik dat waag te betwijfelen. Daarover wil ik het vanmorgen wat uitgebreider hebben. Ik wil mijn twijfel aan de liedregel van Seth Gaaikema onderstrepen door een paar recente ervaringen met u te delen. Ervaringen die de angst, de verwarring en de onzekerheid die onze tijd kenmerken aanwakkeren. Ten koste van de hoop.

Tegen het einde van mijn verhaal, dat ben ik vanaf deze stoel aan u verplicht, zal ik, zij het kort, daar iets tegenover stellen. In de hoop(!) dat het opweegt tegen wat ik daarvóór gezegd heb.

Om maar meteen met de deur in huis te vallen: afgelopen donderdagavond zat ik aan tafel met een aantal heren die het, laat ik zeggen, goed gedaan hebben in het bedrijfsleven. Het gesprek ging over de algoritmes die gebruikt worden om de behoefte van de klant te definiëren zodat daarop kan worden ingespeeld als het gaat om het ontwikkelen en aanbieden van producten. Eén van hen citeerde op enig moment een voor mij onbekende filosoof. Deze zou gezegd hebben dat als er in de wereld ergens tekort aan is, dan is dat aandacht.

Wat er in uw hoofd omgaat als u dat hoort, weet ik natuurlijk niet maar ik veerde op: ‘Eindelijk een opmerking die raakt aan waar ik iets van af weet’, dacht ik. Tot dan toe had ik geduldig naar het gesprek zitten luisteren maar op dit moment schoof ik naar voren op mijn stoel.

Maar ik had buiten de waard gerekend. Want of de filosoof in kwestie het zo bedoeld heeft of niet, zijn observatie werd gezien als een handreiking bij het ontwikkelen van een bedrijfsstrategie. Iedereen, ieder mens heeft behoefte aan aandacht. Dus als je er in slaagt mensen het gevoel te geven in ze geïnteresseerd te zijn, dan kun je ze aan je binden. Met andere woorden: als je met gebruik van op alle mogelijke en onmogelijke manieren verzamelde data je klant hebt leren kennen, kun je hem of haar of haar verrassen door precies dat aan te bieden wat hij of zij zoekt. Dat wordt als het krijgen van aandacht ervaren. Kip ik heb je.

Ik merkte voorzichtig op dat dit een wel heel erg geperverteerde versie van aandacht is. Daarin gaf iedereen mij van harte gelijk. Maar dat neemt niet weg dat het gulzige verlangen naar aandacht universeel en bodemloos is. En als ondernemer ben je het aan je stand verplicht daar gebruik van te maken en op in te spelen.

Als ik mezelf even als maatstaf mag nemen, dan vermoed ik dat wij met z’n allen nauwelijks door hebben hoezeer onze basale gevoelens en behoeftes op deze manier gemanipuleerd hebben. Maar een dieper gelegen bewustzijnsniveau zal wel zo zijn vermoedens hebben. En dat kan ertoe bijdragen dat wij in verwarring raken en de wereld in toenemende mate als een unheimische omgeving gaan beschouwen.

Een dergelijk gevoel bekroop me ook toen ik gisteren in de krant las dat de website amazone.com in een bui van overstelpende grootmoedigheid besloten had om maar liefst 20.000 betaalde recensies van zijn site te verwijderen. Ook sites als booking.com en tripadvisor.com blijken vol te staan met dergelijke betaalde recensies, recensies die dus in feite advertenties zijn. Misschien haalt u uw schouders erover op omdat u weinig of geen gebruik maakt van deze sites, dat zou kunnen. Maar honderden miljoenen mensen doen dat wel. En als tot hen doordringt hoe ze voor de gek gehouden worden, is het heel wel denkbaar dat dat hun geloof in een betrouwbare wereld te leven aantast.

Ik had, dat hebt u intussen begrepen, wat dit betreft een veelbewogen week. Er kruiste nog een ander voorbeeld mijn pad. Dat gaat over het vaccin tegen COVID-19 waar de hele wereld met spanning op wachten. Ik dacht in mijn naïviteit dat het vinden van het vaccin een wetenschappelijke kwestie was. Tot mij verteld werd dat ik de macht van de politiek onderschat. Met de verkoop van een veilig vaccin zijn bedragen gemoeid waar wij ons hier geen voorstelling van kunnen maken. Ontelbare miljarden. Dus of ik dacht dat de Amerikanen een Russich vaccin zouden goedkeuren en toelaten op hun markt? Of andersom, dat de Russen een Amerikaans vaccin als goed en veilig zouden kwalificeren?

Kortom, nog een reden om in verwarring te raken. En dan heb ik het nog niet eens over de discussie over ‘alternative facts’, fake news en de trollen die het internet bevolken.

Lange tijd was het vanzelfsprekend het verstand te laten domineren over het gevoel. En de feitelijkheid over de intuïtie. In een discussie wogen rationele argumenten en feitelijkheden zwaarder dan gevoelens en intuïtieve invalshoeken. Maar daarin is de afgelopen tijd het nodige veranderd. Dat werd goed geïllustreerd in een reportage van de NOS over spanningen in gezinnen en families naar aanleiding van de coronacrisis. De reportage toonde onder meer de gespannen relatie tussen een moeder en haar dochter. Die spanning werd gevoed doordat de moeder zich openlijk afvraagt wat feiten nu eigenlijk voorstellen. Zij zegt dat zij domweg niet in feiten gelooft. Haar gevoel zegt haar iets anders en ze kiest ervoor haar gevoel te volgen. Zij denkt dat er iets anders, iets kwaadaardigs, achter de verschillende coronamaatregelen van de overheid steekt. Wat dat is zei ze niet te weten maar dat deed er volgens haar ook niet toe. Ze las op verschillende websites de bevestiging van haar vermoeden en dat was voldoende.

Haar dochter was opgehouden de ideeën van haar moeder te weerleggen en wilde eigenlijk niet meer met haar praten. Ze stonden recht tegenover elkaar en konden nog maar moeilijk samen door één deur.

Wat er daar en op zoveel andere plaatsen nu precies aan de hand is? Over dit ene specifieke gezin kan ik natuurlijk niets verstandigs zeggen. Maar meer in het algemeen denk ik dat wel te kunnen. Ook onder invloed van de eerdere voorbeelden die ik vanmorgen aandroeg, is deze wereld voor tallozen onherkenbaar, onbetrouwbaar en onveilig geworden. Verwarrend. Zij weten niet meer wat waar en onwaar is, laat staan wat waarachtig en onwaarachtig is. en daarom zoeken zij naar een waarheid die dicht bij hun gevoel ligt. In plaats van de ratio als toetssteen te gebruiken, kiezen zij ervoor hun gevoelens als laatste referentie in te zetten. Dat is een laatste redmiddel om de relatie tussen de ongrijpbare buitenwereld en hun eigen leven nog veilig te stellen.

Wie dit mechanisme verdraaid goed doorheeft en er handig gebruik van maakt is de Amerikaanse president Donald Trump. Zijn toch niet onaanzienlijke aanhang verkiest een intuïtief herkenbare waarheid boven hetgeen de afstandelijke feiten vaak eenduidig aantonen. In een wereld die zich van ons vervreemdt door manipulaties en het nastreven van ongrijpbare en abstracte belangen, dreigen wij de weg kwijt te raken. Daarom gaan we op zoek naar houvast dat we van dichtbij kennen en daarom vertrouwd aanvoelt.

Wat in elk geval mij tot troost strekt, is dat wat wij zich om ons heen en in onszelf zien voltrekken, toch echt iets is van alle tijden. Het zal zeker zo zijn dat in onze dagen één en ander groter en heftiger is, maar uniek is het niet. Ook die regels uit de Eerste brief van Paulus aan de Korinthiërs reppen er over. Ook degenen aan wie die brief gericht was, dobberden angstig kwetsbaar in het rond in een werkelijkheid die zij niet kunnen bevatten.

Na het jaar 70, toen Jeruzalem verwoest werd, was het joods volk genoodzaakt elders zijn heil te zoeken. Het zwierf uit over het hele Middellandse Zeegebied en dus ook naar het Korinthe in het huidige Griekenland. We kunnen ons dan gerust een in meer dan één opzicht gedesoriënteerde groep mensen voorstellen. En het is aan die groep mensen dat Paulus zijn brief schrijft. Het komt erop neer dat zij zich, laat ik zeggen, niet gek moeten laten maken. ‘Er komt van alles op je af. Met veel lawaai en aplomb zal je voorzien worden van goede raad, wijsheid, religieuze en godsdienstige waarheid en noem maar op. Maar realiseer je alsjeblieft dat het allemaal grenzeloos betrekkelijk is. Probeer te áárden, probeer wortel te schieten in iets dat werkelijk waarachtig is en leef dan van daaruit je leven.

Zoals ik aan het begin van deze overweging al zei, ik moet aan het einde van zo’n preek zoiets als een handreiking bieden. Dat mag u van mij verwachten. Maar ik moet daarin heel bescheiden zijn. Wat Paulus zijn mensen in Korinthe schrijft is uit de aard der zaak niet zomaar voor handen. Het is en blijft broos en breekbaar.

Hij schrijft: alles wat er zo’n enorme indruk op je maakt, alles waar je geen verweer tegen hebt en wat je meesleurt in een bestaan dat je amper herkent en dat verwoede pogingen doet je te vervreemden van wat en wie je denkt te zijn, het stelt niets voor. Het is als gras dat vandaag het veld bedekt maar morgen dood is en verdord, het biedt geen werkelijk houvast. Daarom houd ik je voor: ‘zo blijven dan geloof, hoop en liefde, deze drie, maar de meeste van deze is de liefde’

En dat moeten we dan goed verstaan. Want de liefde waar Paulus het over heeft is niet de romantische liefde, het is geen verliefdheid of bekommernis om mensen die bij je horen. Waar Paulus het over heeft, is het in de diepere lagen van ons bewustzijn opgeslagen vermogen om de wereld zó te beschouwen dat zij een dierbaar geheel vormt. Eén groot en ondeelbaar geschenk dat ons met eerbied in handen is gelegd. Wie erin slaagt zo te kijken zal niet langer stuiten op de grenzen tussen jouzelf en degene die er naast je zit. Tussen waar jij naar verlangt en het verlangen van de mensen met wie je je leven deelt. Het oordeel zal verdampen. Net zoals iedere mening of ideologie. Paulus nodigt uit tot een worteling in onszelf, in ons diepste zelf, die tegelijkertijd een worteling betekent in het wonderbaarlijke leven dat ons is toevertrouwd. Het is een verworteling waar een eikeboom niet dan met jaloezie naar kan kijken – eentje die opgewassen is tegen iedere storm, hoe meedogenloos ook.

Amen

gebed

Wij leggen onze vragen en zorgen,

onze angsten en pijn

die wij hier vanmorgen mee naar binnen droegen

voorzichtig en met eerbied open.

Wij doen dat omwille van onszelf,

omwille van allen met wie wij het leven delen

en omwille  een wéreld

in verwarring.

Wat nu zo hulpeloos dooreen loopt

en wat het ons zo lastig maakt

om gul te putten uit de bronnen

die u ons ter beschikking stelt,

is dat wij bekneld zitten

in de paradox van onze betrokkenheid en

verantwoordelijkheid aan de ene kant

en het besef van onze nietigheid en onmacht

aan de andere kant.

Wij dreigen te vervreemden van wat er werkelijk toe doet

omdat we er niet bij kunnen

en het ons als te vaag en abstract voor komt.

Daarom nemen wij niet zelden onze toevlucht

tot wat ons stevig voorkomt

of wat er om ons heen houvast lijkt te bieden

Breng ons terug bij onszelf,

bij wie en wat wij ten diepste zijn,

en daarmee bij u die immers liefde bent.

dat wij ons ertoe bekennen

Dat u de grond bent van ons bestaan.

zegen

De Heer zegene u en hij behoede u,

De Heer doe zijn aangezicht over u lichten en zij u genadig.

De Heer verheffe zijn aangezicht over u

En geve u vrede.