zondag 1 maart 2020

voorganger: ds Pieter Lootsma

orgel: Gerard Zwart

mezzosopraan en fluit: Karen Langendonk

harp: Manja Smits

 

In deze dienst wordt Aurélie Adriana Alice Fokker worden gedoopt.

 

liturgie

0 welkom, kaars, stilte etc.

 

0 zingen                                            BB 57 (Vrede voor jou)

 

0 inleiding op de dienst

Gisteren heb ik de hele middag gepraat met een groep mensen van de Remonstrantse gemeente in Naarden Bussum. Het onderwerp van gesprek was hoe het nu toch verder moet gaan. De kleine gemeente vergrijst sterk en het lukt eigenlijk niet om andere en nieuwe mensen aan te trekken. Eén van de gespreksonderwerpen was de taal in de diensten. Een aantal aanwezigen vond die taal verouderd en ontoegankelijk. Met name veel liederen werden als in deze tijd onzingbaar geacht.

Wat ook langs kwam was het zogenaamde votum, de vaste tekst waarmee de voorgangers de dienst beginnen. Ook voor mij zijn dat heel vertrouwde woorden al klinken ze hier nooit. Hier is het de gewoonte de dienst te beginnen met het lezen van een tekst of een gedicht. Maar na gisteren leek het mij aardig om ook hier eens dat aloude votum uit te spreken. Ik zal u dan wel eerst even vertellen wat ermee gezegd wil zijn, misschien dat dat helpt. Het votum is bedoeld om meteen aan het begin van een samenkomst af te spreken vanuit welk perspectief alles wat gezegd en gedaan wordt moet worden begrepen. Dat helpt om de neuzen dezelfde richting op te laten wijzen. U en ik, wij zijn hier niet naartoe gekomen om ons lichaam aan te sterken, daarvoor gaan we naar de sportschool. We zijn hier niet om te gaan begrijpen hoe de macht in Nederland verdeeld is, daarover worden elders heel goede lezingen en colleges gegeven. Ook zoeken we geen oplossingen voor praktische problemen, van welke aard dan ook, nee we zijn hier om ons te oefenen in vertrouwen. En in ontvankelijkheid. Daarom beginnen kerkdiensten van oudsher met de zin:

Onze hulp is in de naam van de Heer.

Even vooraf: die ‘Heer’ is in het Hebreeuws  een niet bepaalde vorm van het werkwoord zijn. Wat we met die zin dus zeggen: wij stellen ons vertrouwen op een aanwezigheid die er was, die er is en die er zal zijn.

En meteen daarna volgt:

Die trouw houdt tot in eeuwigheid en niet laat varen de werken van zijn handen.

Het gaat dus om een tijdloze, onbenoembare aanwezigheid die ons door alles heen trouw is en waarin wij ons daarom geborgen mogen weten.

Wat er in het komende uur gezegd gaat worden moet vanuit een daaraan rakende ervaring verstaan worden. Dus u kunt de verstandsknop op nul zetten en uw gevoeligheid voor de dagelijkse werkelijkheid overstijgende ervaringen áán. Wellicht dat de muziek waar we nu naar gaan luisteren u al meeneemt in de bedoelde richting.

 

0 zang en harp                                 Le papillon et la fleur – Gabriel Fauré

 

0 lezing uit de bijbel                       Psalm 103

Prijs de HEER, mijn ziel,

prijs, mijn ​hart, zijn ​heilige​ naam.

2Prijs de HEER, mijn ziel,

vergeet niet één van zijn weldaden.

3Hij ​vergeeft​ u alle schuld,

hij geneest al uw kwalen,

4hij redt uw leven van het ​graf,

hij kroont u met trouw en ​liefde,

5hij overlaadt u met schoonheid en geluk,

uw jeugd vernieuwt zich als een adelaar.

6De HEER doet wat ​rechtvaardig​ is,

hij verschaft recht aan de verdrukten.

7Hij maakte aan ​Mozes​ zijn wegen bekend,

aan het volk van Israël zijn grootse daden.

8Liefdevol en ​genadig​ is de HEER,

hij blijft geduldig en groot is zijn trouw.

9Niet eindeloos blijft hij twisten,

niet eeuwig duurt zijn toorn.

10Hij straft ons niet naar onze ​zonden,

hij vergeldt ons niet naar onze schuld.

11Zoals de hoge hemel de aarde overspant,

zo welft zich zijn trouw over wie hem vrezen.

12Zo ver als het oosten is van het westen,

zo ver heeft hij onze ​zonden​ van ons verwijderd.

13Zo liefdevol als een vader is voor zijn ​kinderen,

zo liefdevol is de HEER voor wie hem vrezen.

14Want hij weet waarvan wij gemaakt zijn,

hij vergeet niet dat wij uit stof zijn gevormd.

15De mens – zijn dagen zijn als het gras,

hij is als een bloem die bloeit op het veld

16en verdwijnt zodra de wind hem verzengt;

de plek waar hij stond, kent hem niet meer.

17Maar de HEER is trouw aan wie hem vrezen,

van eeuwigheid tot eeuwigheid.

Hij doet recht aan de ​kinderen​ en kleinkinderen

18van wie zich houdt aan zijn ​verbond

en naar zijn geboden leeft.

19De HEER – zijn ​troon​ staat vast in de hemel,

als ​koning​ heerst hij over alles.

20Prijs de HEER, u die zijn boden bent,

sterke helden die doen wat hij zegt,

gehoorzaam aan het woord dat hij spreekt.

21Prijs de HEER, hemelse machten,

dienaren die doen wat hem behaagt.

22Prijs de HEER, al zijn schepselen,

prijs hem, overal in zijn rijk.

Prijs de HEER, mijn ziel.

 

0 fluit en harp                                   Danse lente – Joseph Jongen

 

0 overweging

Afgelopen woensdagavond heb ik iets moois beleefd. Ik was uitgenodigd om mede-voorganger te zijn in de Aswoensdagdienst in de katholieke kerk hier een eindje verderop in Bilthoven. Daar te staan en niet alleen de overweging voor mijn rekening te mogen nemen maar ook daadwerkelijk askruisjes op de voorhoofden van de kerkgangers te mogen zetten, heeft mij ontroerd. In het voltrekken van dat ritueel ervoer ik iets van waar het in de kerk om gaat. Een protestantse dominee in gezamenlijkheid met een katholieke voorganger raakten met dit prachtige ritueel aan de ene kant aan de ernst van de lijdenstijd die uitmondt in de dood van Jezus op Goede Vrijdag (door dat kruisje op het voorhoofd van de kerkgangers te tekenen) en aan de andere kant wees de oprechte verbondenheid die wij ervoeren vooruit naar de opstanding met Pasen, drie dagen later. Het was een avond met een mooie, ingetogen lading.

 

Die dienst stond overigens in een rijtje bijzondere diensten waarin ik voorging (en ga..). Vorige week zaterdag heb ik een huwelijk ingezegend, de dag erop een min of meer gewone dienst, afgelopen woensdag dus de dienst in het kader van Aswoensdag en vanmorgen gaat er een kind gedoopt worden.

 

Deze in karakter van elkaar verschillende diensten nodigen uit tot een gesprek over de vraag wat nu precies de taak en de rol van de kerk is bij de respectievelijke gelegenheden. Bruidsparen en doopouders, maar ik vermoed dat voor veel andere kerkgangers hetzelfde geldt, hebben veelal een wat vage, vooral intuïtieve relatie met de kerk. Soms is het vooral de gehechtheid aan de traditie die de band in stand houdt en die de vraag naar rituelen bij de grote momenten in het leven doet bovendrijven. Maar de afgelopen weken ben ik, ook in een aantal gesprekken die ik voerde, voor mijn gevoel ook zelf wat dichter bij het hoe en waarom van de kerk gekomen. En bij de rol die zij in onze levens kan spelen. Vanmorgen wil ik daar graag iets over vertellen. Ik realiseer me natuurlijk dat ik niet de pretentie moet hebben voor iedereen te spreken of dat ik wat er tussen de regels door gezegd werd en wat zich nauwelijks onder woorden laat brengen heb kunnen vangen maar ik wil desondanks een poging wagen. Ik zal drie aspecten noemen en kort bespreken.

 

Het eerste dat ik wil noemen is dat alle religiositeit, alle spiritualiteit, alle geloof, wortelt in ons vermogen ons te verwonderen, over wie en wat we zijn, over wat ons ten deel valt, over de onpeilbare diepte van het geheimenis dat wij met onze levens gestalte geven en noem maar op. En die verwondering heeft zolang er mensen zijn geweest naar een uitweg gezocht. In de muziek, in de poëzie en in alle andere denkbare kunstuitingen. De kerk heeft zich door de lange eeuwen heen de schatbewaarder van deze wat ik maar even een ‘taal’ noem geweten. Het was haar taak en roeping om ervoor te zorgen dat deze taal in al haar facetten van generatie op generatie zou worden doorgegeven.

 

We hebben er in het bestek van deze dienst geen tijd voor om er uitgebreid op in te gaan maar ik denk te kunnen zeggen dat de hele bijbel een poging is om onze gevoelens van verwondering te verwoorden. In de verhalen uit de bijbel wordt ons een taal aangereikt die helpt onze verwondering tot uitdrukking te brengen. En vervolgens biedt de bijbel ons een adres voor onze dankbaarheid. Dat adres noemen we ‘God’. Hem zeggen wij dank voor wat ons ten deel valt.

 

En dat is niet niks. Want wie zich verwonderend in het leven staat, kan op een, letterlijk gegéven moment, zich ook verwonderen over de slagschaduwen die er op momenten over zijn bestaan vallen. Zowel het licht als het donker kunnen een plaats krijgen in iemands verwondering omdat hij zich opgetild en geborgen weet in een trouw en een liefde die hemzelf verre te boven gaat, die trouw houdt tot in eeuwigheid…

 

Voor de bruid van afgelopen zaterdag was dat de reden dat zij in de kerk wilde trouwen. Zij vertelde er aan te hechten dat haar huwelijk met deze man, ik citeer, ‘omvat zou worden door iets dat groter is dan zijzelf is, iets dat er al was toen zij er nog niet was en dat er nog zal zijn als wij allemaal alweer vergeten zullen zijn’. En dat verlangen om zich te laten omvatten had er niet zozeer mee te maken dat zij zich kwetsbaar wist maar veeleer dat zij hoopte een bedding te vinden die zij zou kunnen delen, in de eerste plaats met haar man maar zeker ook met al die bijzondere mensen die, dead or alive, bij haar leven waren gaan horen: haar ouders en hun ouders en degenen die daarvóór kwamen – maar ook met haar verdere familie en vrienden. Een met elkaar gedeelde bedding draagt ertoe bij dat wij elkaars taal spreken en elkaar dus verstaan en begrijpen. En dat komt erop aan als het gaat over die kanten van het leven waarvoor onze taal zo schromelijk tekort schiet.

 

Dat is dan meteen het tweede aspect dat ik vanmorgen wil noemen. De kerk wil ons helpen een bedding te zoeken waarin ons leven zijn loop kan krijgen. Veel van de tradities van de kerk zijn verwaterd en almaar minder mensen weten op de grote momenten van hun leven de weg naar de kerk te vinden. En daarmee dreigt het gevoel dat het leven in de traditie is ingebed verloren te gaan. In een dergelijke bedding komen, als het goed is, de verhalen en geschiedenissen van al die zo dikwijls van elkaar verschillende individuen samen. Dat werkt niet alleen verbindend maar het kan ook zo troostend zijn.

 

En dan, ten slotte, iets over de betekenis van het ritueel. Dat is het derde aspect van wat de kerk te bieden heeft. Misschien is dat wel de oudste en meest oorspronkelijke rol van de kerk geweest, om ons te helpen bij het vorm geven van de grote momenten in ons leven. Waar woorden ons in de steek laten, nemen wij, zoals we dat ook vanmorgen doen, onze toevlucht tot rituele gebaren.

 

Volledigheidshalve moet ik misschien opmerken dat de kerk in de loop van de geschiedenis in onze samenleving ook andere rollen heeft vervuld. Op een aantal daarvan zal zij met weinig trots terug kunnen kijken. Maar dat gezegd zijnde, denk ik dat het een heel wezenlijke taak was en is om, zoals ik al zei, schatbewaarder te zijn van herkenbare taal en vormen die ons helpen de grote momenten van ons leven gestalte te geven.

 

Die taal en vormen zijn door de eeuwen heen zo vertrouwd geweest dat iedereen er vrijelijk gebruik van kon maken. De mate waarin iemand al dan niet kerkelijk was, speelde daarbij geen rol. Het ging om een vormentaal die niet exclusief is voorbehouden aan bepaalde groepen. Dat idee is er pas onlangs ingeslopen, dat je een actief of in elk geval betrokken lid van de club zou moeten zijn om er gebruik van te mogen maken. Waar het op aankomt is niet alleen het verstaan van de vormentaal maar ook het vertrouwen je eraan over te geven.

 

Als ik daar iets van mijn eigen verhaal en ontwikkeling naast mag leggen: zelf werd ik me bewust van het belang van het ritueel toen ik indertijd de film Four weddings and a funeral uit 1994 zag. De film vertelt het verhaal van een groep studenten die op de leeftijd zijn waarop er vrijwel ieder weekend een huwelijk gevierd wordt. Omdat het student zijn al hun tijd opslokt zijn al die huwelijken nauwelijks in hun agenda’s in te passen. Maar struikelend over avondjurken, jacquetjassen en bruidsboeketten stappen ze over dat bezwaar heen. Want zij zijn zich ervan bewust dat je, kome wat komt, om het bruidspaar van die dag heen moet staan. Dat vereist het ritueel nu eenmaal.

 

In de tijd dat de film uitkwam was ik al een heel aantal jaren predikant en ik had al tal van huwelijken ingezegend, een heel aantal kinderen gedoopt en ik weet niet hoeveel begrafenissen geleid. Maar pas die film maakte mij duidelijk wat bij het voltrekken van al die rituele handelingen mijn eigenlijke taak was. Tot dan toe dacht ik dat het er met name om ging dat ik mijn gehoor zou weten te raken met onder meer een invoelende preek. Dat idee legde niet zelden een druk op me. Ik voelde me verschrikkelijk verantwoordelijk voor het welslagen van de verschillende kerkdiensten. Maar toen ik de film Four weddings and a funeral had gezien, realiseerde ik me dat ik deze verantwoordelijkheid mocht relativeren. Ik had tot taak het ritueel te voltrekken. Dat is alles. Wel te verstaan met eerbied en respect voor zowel de traditie als voor degenen die er op dat moment vóór mij zitten. Maar het ging en het gaat om het ritueel en dus niet zozeer over de oorspronkelijkheid of de tederheid die ik in mijn preek weet te leggen. Dit inzicht wordt in de film overigens onderstreept door onder meer Rowan Atkinson die wij kennen als mr. Bean en die een priester speelt die er niets van bakt. Voortdurend verspreekt hij zich of strand wat hij zeggen wil in gestotter. Maar dat hindert allemaal helemaal niet omdat hij zijn taak zo volstrekt ernstig neemt. En zich ervan bewust is dat het ritueel dat hij voltrekt groter is dan hijzelf is.

 

Bij het voltrekken van een ritueel zijn overigens zowel de voorganger als degenen aan wie het ritueel voltrokken wordt evenzeer betrokken. Dat is een besef dat ook onder druk staat. Ik denk dat wel eens te voelen bij hedendaagse huwelijksdiensten waarbij de kerkgangers zich eerder als consument dan als participerende partij opstellen. In die film was dat anders.

 

Samenvattend kunnen we zeggen dat al het voorgaande samenkomt in het ritueel. En daarmee doel ik niet alleen op doop, huwelijk en begrafenis. Ook de zondagse kerkgang is een ritueel. Ook dan zoeken wij in taal en vormen naar aansluiting bij de kerk van alle eeuwen. Ook dan gaat het om het ruimte bieden aan momenten van verwondering en dankbaarheid. En wij zoeken een bedding te vinden waarin onze levens kunnen stromen.

 

Ik besluit met het geven van een concreet voorbeeld. En het ligt dan natuurlijk voor de hand om de doop daarvoor te gebruiken. Net als de as en het kruisje op de Aswoensdag, herinnert ook de doop aan de dood. Het dopen met water is een rudiment van wat eens een onderdompeling was. Het opstaan uit het water verwijst dan naar de opstanding. Zo wordt het leven van het kind verbonden met het grote verhaal uit de christelijke traditie: het is uitgenodigd om op te staan en werkelijk te gaan léven. Met een hoofdletter L. En een tweede gedachte die met die eerste verbonden is, is dat werkelijk leven ons geschonken wordt met het vermogen om ons te verwonderen. Wij zijn niet enkel biologie. Misschien in eerste instantie, dat zal zeker. Maar wat ons maakt tot wie en wat wij zijn ontstijgt te biologie. Dat is wat ouders die hun kind laten dopen tot uitdrukking brengen, dat zij hun kind in eerste én in laatste instantie willen blijven zien als een wonder dat hun in de schoot geworpen is.

 

Dat alles komt samen in het ritueel van de doop, een ritueel dat ons van eeuwen her met grote eerbied is aangereikt en dat wij als het even kan met eenzelfde eerbied doorgeven aan elkaar en aan wie er na ons komen.

Amen

 

0 stilte

 

0 zang en orgel                                Geh’ aus mein Herz und Suche Freud – August

Harder

-onder het zingen wordt de dopeling binnengebracht-

 

0 inleiding op de doop

Een lied dat vertelt wat er te horen valt in een schelp die aanspoelt op het strand van ons bestaan. Michel van der Plas:

 

Dit leek aanvankelijk álles: de schoot

van de zee was beschermend en groot,

zij vergaf dat hij klein was en broos,

hij maakte zo zorgeloos

en verrukkelijk ongewis…

Maar nú moet hij zijn wat hij is,

voltooid, aan het licht gebracht,

alleen, met een naam en een macht

en hij parelt … een laatste drop

vangt in hem alle schittering op

en hij zingt in zijn welving voort

wat hij in de zee heeft gehoord,

nu hij ligt in zijn volle bestaan.

Nú moest iemand stil blijven staan:

een vrouw, een klein kind misschien,

die zich over zou buigen en zien

de kleuren in vorm en hart,

die zou hóren, verrast en verward,

zijn lied, het geheime geruis,

en die hem meenemen zou naar huis!

 

0 zang en harp                                 So schlaf in Ruh – Felix Mendelssohn

 

0 doopvragen aan ouders en peetouders

Vader en moeder Fokker – Bloys van Treslong,

beloven jullie je dochter met liefde en zorg te omringen,

steeds indachtig dat zij uit God geboren is?

Beloven jullie je kind te respecteren

met geloof in haar oorspronkelijkheid en eigen mogelijkheden?

Beloof je je kind te begeleiden en te steunen

en het te helpen te worden wie zij is?

Beloven jullie je kind te leren het leven

onbevangen en vertrouwensvol tegemoet te treden

en het daarmee op te voeden in de geest van het evangelie?

Wat is daarop jullie antwoord?

 

Blandine de Kreuk – Fokker, Anna Reimers – van Griethuijsen en Constantin von Oppen,

beloven jullie met jullie liefde en vriendschap

de beide ouders bij te staan bij het grootbrengen

van hun dochter Aurélie

en beloven jullie dat je haar

te allen tijd een open oor en een begripvol hart zult bieden?

Wat is daarop jullie antwoord?

 

0 bediening van de doop

AURÉLIE ADRIANA ALICE

 

0 zegen en zegenwensen van de peetouders

Onze  hulp is in de naam van de Heer die trouw houdt tot in eeuwigheid en die niet laat varen de werken van zijn handen.

 

0 zingen                                            NLB 978 (Aan u behoort): 3 en 4

 

0 gebed                                            Onze Vader

 

0 zingen                                            NLB 704: 1 en 2

 

0 zegen

De Heer zegene u en hij behoede u, de Heer doe zijn aangezicht over u lichten en zij u genadig.

De Heer verheffe zijn aangezicht over u en geve u vrede.

Amen