Dat een mens wordt wie en wat hij ten diepste is,

dat is wat je hopen zou;

en dat hij de moed vindt

zichzelf zo ernstig te nemen

dat hij doet wat hem wat dat betreft te doen staat.

Maar de werkelijkheid van ons bestaan is zo anders;

niet zelden jaagt wat zich in de diepere lagen van het bewustzijn

aandient ons schrik en angst aan,

niet zelden gaan we daarvoor op de loop

Misschien wel met name nu,

nu heel ons samenleven ten prooi dreigt te vallen

aan een zo ongrijpbare vijand.

In de verwarring die dat alom teweeg brengt en zoeken we troost bij wat ogenschijnlijk wél houvast biedt.

Dat is niet hetzelfde voor ons,

de één vindt  een ander houvast dan de ander,

dat wij elkaar daartoe de ruime laten.

Maar wij bidden dat het gezochte en gevonden

houvast zo min mogelijk in verbinding staat met

en voortkomt uit

onze boosheid of angst

maar dat het wortelt in het besef dat

vertrouwen en de liefde de uiteindelijke bodem is van ons bestaan.