De Woudkapel                                                                                        Zondag 6 januari 2019

Voorganger: ds Pieter Lootsma

Organist: Jan Siemons

 

Liturgie

Welkom, kaars, stilte etc.

Zingen                                                 BB 35

Inleiding op de dienst

Lied                                                     Red mij niet van Maarten Roozendaal

Schriftlezing

Zingen                                                 NLB 791/BB 42: 1, 2, 4 en 6

Overweging

Orgel- of piano improvisatie

Gebed – stil gebed – Onze Vader

Zingen                                                 Geopende grens: 1, 2 en 4

Zegen

 

Inleiding op de dienst

Een paar weken geleden hoorde ik op de radio het lied Red mij niet van Maarten van Roozendaal. Wat de aanleiding was om het te laten horen, weet ik niet meer maar de presentator vroeg aandacht voor met name de tekst. Gehoorzaam als ik ben, luisterde ik zorgvuldig en ik raakte meteen onder de indruk. Ik kreeg het gevoel dat het in dit lied gaat over iets dat belangrijk is, in elk geval voor mijzelf maar misschien ook voor een veel groter publiek. De dagen en zelfs weken erna bleef het lied door mijn hoofd spelen. Het nodigt uit tot een bepaalde levenshouding, tot een manier van in het leven staan die gekenmerkt wordt door vertrouwen. Vertrouwen op .. ja, op wat? Misschien wel op mijn vermogen mijn eigen bonen te doppen: láát mij maar; ik red mij wel. Maar het lied is tegelijkertijd een uitnodiging om niet altijd maar meteen in de actiemodus te schieten en om eerst eens goed te luisteren wat de mensen om ons heen werkelijk beweegt of belemmert om in beweging te komen.

Kortom, het leek mij een mooi begin van alweer een nieuw jaar. We gaan er nu naar luisteren.  U kunt de tekst meelezen in uw liturgie. Zo meteen in mijn overweging zal ik nader ingaan op de vraag over welke levenshouding we het hier hebben.

 

 

Schriftlezing

Lucas 10: 38Ze verder trokken ging hij een dorp in, waar hij gastvrij werd ontvangen door een vrouw die Marta heette. 39Haar zuster, Maria, ging aan de voeten van de Heer zitten en luisterde naar zijn woorden. 40Maar Marta werd helemaal in beslag genomen door de zorg voor haar gasten. Ze ging naar Jezus toe en zei: ‘Heer, kan het u niet schelen dat mijn zuster mij al het werk alleen laat doen? Zeg tegen haar dat ze mij moet helpen.’ 41De Heer zei tegen haar: ‘Marta, Marta, je bent zo bezorgd en je maakt je veel te druk. 42Er is maar één ding noodzakelijk. Maria heeft het beste deel gekozen, en dat zal haar niet worden ontnomen.’

 

Overweging

Afgelopen woensdag hebben we in de groep BinnenwereldBuitenwereld die altijd op de eerste woensdagavond van de maand bij elkaar komt en waarin we het met elkaar hebben over een onderwerp op het snijvlak van ons persoonlijke en ons maatschappelijke leven, naar ditzelfde lied van Maarten van Roozendaal zitten luisteren. Ik wilde het laten horen om van de deelnemers aan de groep te horen wat hun associaties zijn. Om de beurt kreeg iedereen de gelegenheid daarover iets te vertellen. Het is altijd lastig vast te stellen in hoeverre we elkaar daarbij hebben beïnvloed maar uiteindelijk bleek vrijwel iedereen het lied te horen als kritiek op de bemoeizucht en de gelijkhebberigheid van de godsdienst. Dat zal ook nu herkenbaar zijn. Niet zelden drongen en dringen godsdienstige mensen hun waarheid als enige waarheid aan anderen op. Ze pretenderen dat dan te doen tot heil van de anderen. Maar de zanger van dit lied duwt deze zelfverklaarde redders van zich af. Hij stuurt ze weg: ‘Doe vooral wat je wilt maar houd je inzichten voor jezelf. Je verantwoordelijkheidsgevoel is misplaatst. Laat mij met rust. Red mij niet. Laat mij alsjeblieft de ruimte om mijn eigen waarheid te ontdekken.’

 

Het zou heel wel kunnen dat Maarten van Roozendaal het over opdringerige gelovigen had toen hij dit lied schreef en zong. En dat hij dus inderdaad de zendingsdrang van de kerk aan de kaak stelt. Maar voor hetzelfde geld is het van toepassing op gelijkhebbers op heel andere levensterreinen. Over die mogelijkheid hebben we het afgelopen woensdag ook uitgebreid gehad.

 

Om maar iets te noemen. Ik vermoed dat we er ons allemaal iets bij kunnen voorstellen hoe, op het moment dat jij het lastig hebt (je voelt je kwetsbaar, niet begrepen of onbemind), en je dat aan iemand in je omgeving laat weten, hoe hij of zij dan met de één of andere goede raad komt: ‘O pfff, geen probleem, neem een hond. Je zult zien hoe je daar van opknapt.’ Of: ‘Word toch lid van de Woudkapel. Daar lopen allemaal aardige mensen rond die jouw problemen vast zullen herkennen. Of zoek via een of andere datingsite iemand die je eenzaamheid helpt oplossen, da’s echt heel gewoon tegenwoordig.’ Tien tegen één dat een dergelijk advies geen snars helpt. Misschien wel integendeel en voelt u zich nog meer afgewezen. Want op de keper beschouwt vraagt u helemaal niet om advies. Dat u laat weten dat u niet goed in uw vel zit, is alleen bedoeld om even lucht te geven aan uw ongemak. U zoekt herkenning of begrip, meer niet. En door dat snelle advies geeft de ander er blijk van volstrekt niet van plan te zijn zich in u te verdiepen. Hij roept iets en het enige doel dat hij daarmee dient is het sussen van zijn eigen geweten. Hij kan nu met een gerust geweten verder gaan met waar hij mee bezig was. Hij heeft immers zijn best gedaan en u geholpen? Nou dan. Maar jij, jij blijft verbouwereerd achter: ‘Had die ander maar even de tijd genomen om naar me te luisteren. Al die goede raad kan me gestolen worden. Alsof ik het niet zelf ook allemaal had kunnen bedenken. Als hij mij werkelijk had willen redden of helpen, had het geholpen als hij even stil was geweest.’

 

Uiteindelijk vermoedden wij afgelopen woensdag dat Maarten van Roozendaal in zijn lied een bepaalde levenshouding aan de kaak stelt. En daarmee uitnodigt tot een andere manier vaan doen. Hij legt de vinger bij de neiging van mensen om, wat ik maar even noem, ‘in de actie te schieten’. Wij roepen van alles, zijn voortdurend in de weer met God mag weten wat – maar in feite gaan we voorbij aan wat er in onszelf en in de ander omgaat: het verlangen, de hunkering, de vragen die er leven, de verwachting of de hoop die gekoesterd wordt. Het zou wel eens zo kunnen zijn dat als wij onze relaties met elkaar niet zo zouden dichtsmeren met onze goede bedoelingen en wij eens niet zo doenerig en praterig zouden zijn, dat we dan stuiten op een werkelijkheid die onverwacht kostbaar en inspirerend is. Maar om de een of andere reden lopen we daar zo gemakkelijk voor weg. Alsof die werkelijkheid ons angst inboezemt.

 

Het verhaal van Marta en Maria vertelt daarover. Jezus wordt samen met zijn leerlingen ontvangen door een vrouw die Marta heet. Ook haar zuster Maria is daarbij aanwezig. De twee zusters horen bij elkaar. Ze zijn niet los verkrijgbaar. Zo wil de verteller twee manieren van doen en van in het leven staan verbeelden. Geen van beide zusters zijn ons vreemd. Marta, de oudste, beeldt uit hoe een mens plichtsgetrouw en nauwgezet doet wat er van hem wordt verwacht. Zij voelt zich verantwoordelijk voor het huis en het huishouden. Ze wil haar gasten ontvangen zoals ze dat nu eenmaal geleerd heeft. Traditie speelt in haar leven een rol. Maar dat alles neemt zoveel ruimte in beslag dat zij nauwelijks oog lijkt te hebben voor wat er óók te zien en te beleven is.

Voor Maria is anders. Zij is niet zo vormelijk. Integendeel, zij voelt zich vrij om te luisteren naar wat er zich van binnen aandient. Voor de goede orde moet ik er even bij vertellen dat het hier niet gaat over Maria de moeder van Jezus maar waarschijnlijk over Maria van Magdala, een vrouw waarover gefluisterd wordt omdat zij gehoor geeft aan diepe verlangens waarvan haar omgeving vindt dat zij ze weg zou moeten stoppen. Maar dat doet zij niet. Zij is nieuwsgierig en voortdurend op zoek naar wat er áchter de coulissen van de goede manieren te zien en vooral te beleven valt. Zij is vrijgevochten en durft vragen te stellen die niemand anders stelt.

 

De twee zusters staan voor twee manieren van in het leven staan. De ene wordt verbeeldt door Marta die weet hoe het hoort en hoe het zit. En de andere wordt verbeeld door Maria die onophoudelijk grenzen verlegt. Omdat zij open staat voor wat haar aan gedachten en inzichten komt aanwaaien. De twee zusters horen bij elkaar al is hun relatie uit de aarde der zaak gespannen.

 

Afgelopen woensdag tijdens de bijeenkomst van de BinnenwereldBuitenwereldgroep maakten we het onszelf niet gemakkelijk. We pasten dit schema namelijk toe op de manier waarop wij omgaan met de grote thema’s in ons leven. We verplaatsten ons, met andere woorden, in Maarten van Roosendaal en vroegen ons af tegen wie hij zijn lied zingt. Om te beginnen vermoedden wij, zoals ik al zei, dat hij zich richt tegen leerstellige gelovigen van uiteenlopende snit. Maar hij zou zich ook in veel algemenere zin hebben kunnen verplaatsen in wie zich kwetsbaar, niet begrepen of onbemind voelen. Daarbij kunnen we denken aan wie ziek zijn. Probeert u zich dat ook eens voor te stellen. Wil zo iemand vooral advies krijgen en de weg gewezen worden in het medische oerwoud? Of is het hem of haar er vooral om begonnen gehoord en begrepen te worden? Met andere woorden, in hoeverre zit onze kwetsbaarheid te wachten op Marta of juist op Maria?

 

Verderop in het gesprek maakten wij het onszelf nog een stapje lastiger. We kwamen te spreken over de grote thema’s als klimaatverandering en duurzaamheid. Als gedachtenoefening verplaatsten wij ons in onze bedreigde planeet. Met andere woorden: we legden onze dierbare planeet het lied van Roozendaal in de mond. We lieten de aarde zijn lied zingen: Red mij niet. Laat mij maar. Ik red mijzelf wel.

 

U zult begrijpen hoe spannend dat was. Wij gaan er immers vrijwel unaniem van uit dat de aarde gered moet worden. De doemscenario’s zijn dusdanig realistisch dat wij vrijwel vanzelf het perspectief van Marta kiezen. Maar zou ook hier Maria iets te bieden kunnen hebben?

 

Het is eigenlijk een vraag om open te laten zodat we daar vanmiddag en de komende dagen thuis in alle rust op kunnen broeden. Maar ik kan het niet laten een paar dingen te noemen die van de week de revue passeerden.

 

Er even van uitgaande dat onze planeet onze expansiedrift wel zal overleven, dat deze aarde een langere adem zal blijken te hebben dan wij vrezen en dat haar voortbestaan niet van ons afhankelijk is, dan dienen zich vragen aan als: wat beogen wij dan eígenlijk met onze pogingen de wereld te redden? Wát is het dat wij zo naarstig willen redden? Waar is het ons om begonnen?

 

Op deze vragen zijn tal van antwoorden mogelijk. Maar misschien kan het geen kwaad om ons eens hardop af te vragen in hoeverre het zo is dat onze reddingspogingen ook onze plezierige manier van leven op het oog hebben? Zijn wij er niet vooral op uit om te voorkomen dat het comfortabele evenwicht waarin ons leven zich afspeelt verstoort zal worden? Dat betekent dat onze reddingspogingen met name tot doel hebben om onze angsten te bezweren. Immers, zolang we denken onze toekomst veilig te kunnen stellen, kunnen we doorleven zoals we dat intussen gewend zijn geraakt. Zolang we de illusie koesteren dat wij de regie over de toekomst hebben, hebben we de regie over onze onzekerheden en angsten.

 

U voelt wel, dit zijn allemaal vragen die opkomen in Maria, de vrijmoedige, ontvankelijke helft van ons. Marta zal een heel andere positie kiezen. Maar de zusjes horen bij elkaar. Ze vullen elkaar aan. Marta is de doener. Zij zorgt en strijdt ervoor dat er gebeurt wat er moet gebeuren. Maria daarentegen stelt kritische vragen. En geen vraag is haar te dol. Zij realiseert zich dat dadendrang niet zelden voortkomt uit onbenoemde angsten die met enige inspanning ontmaskerd kunnen worden. Dat de ontmaskering van onze angsten verregaande consequenties kan hebben, neemt zij op de koop toe. Dat jaagt haar geen schrik aan. Haar basishouding kenmerkt zich door vertrouwen: vertrouwen in zichzelf, vertrouwen in al die anderen en een grenzeloos vertrouwen in een geborgenheid die haarzelf verre overstijgt. Een vertrouwen dat overeind blijft, zelfs als de meest benauwende scenario’s werkelijkheid dreigen te worden.

 

Misschien is dat de reden waarvoor wij hier bij elkaar komen, omdat wij op zoek zijn naar een dergelijk vertrouwen. Dat is tenminste zoals ik dat ervaar, dat deze plek een oefenplaats is van een vertrouwen dat tegenwicht biedt aan alle krachten en machten die overal en voortdurend op ons inwerken. Zonder Marta te willen diskwalificeren wordt hier ruimte gemaakt voor haar zuster Maria. Híer wordt háár stem gehoord. Zij vraagt en schort haar oordeel op. Zij luistert en poogt te begrijpen. Zij kijkt en ziet wat ongezien gebleven was. En haast heeft zij niet want zij heeft immers een heel nieuw jaar vóór zich!

Amen

 

Gebed

Wij bidden dat wij niet te min zullen denken

over de menselijkheid die ons toevalt.

En over de glans die elke dag opnieuw over ons leven valt.

Wij hopen dat de menselijkheid en de glans

die er op ons leven is gelegd nooit het onderspit zullen delven.

 

Toch willen wij er hier, vanmorgen, niet aan voorbij gaan

dat er tallozen zijn die in het afgelopen jaar

in eigen ogen meer verloren dan wonnen,

die het gevoel hebben met lege handen te staan,

die ziek werden en afhankelijk,

die gekrenkt werden en beschadigd in hun vertrouwen,

die geliefden hebben verloren

en rouw van dichtbij hebben leren kennen.

 

Maar daarnaast staan willen wij ook nadrukkelijk stilstaan bij degenen

die om ons heen staan,

en bij de hartelijkheid en warmte die zij ons geven.

 

Onze gedachten gaan uit naar wie het nieuwe jaar

met gemengde gevoelens begonnen zijn

omdat zij weten hoe broos het leven is

en omdat zij pijnlijke littekens uit een vorig jaar

met zich meedragen.

In gedachten zijn wij bij wie in de kou staat,

in de hoek waar de klappen vallen,

bij mensen die leven onder de rook

van klein en groot geweld.

 

Dat nieuw vertrouwen zich aan zal dienen

en nieuw élan

en dat wat waarachtig is en waardevol

niet ondergeschoffeld

maar juist opgericht zal worden,

als een helder baken in de tijd.

Amen