De Woudkapel, Bilthoven                                                                               5 januari 2020

 

Voorganger: ds Pieter Lootsma

Organist: Jan Siemons

Dwarsfluitist: Annemieke Hereijgers

 

 

overweging

Soms denk ik werkelijk dat wij het kantelmoment achter ons hebben liggen. In de ruim dertig jaar dat ik nu predikant ben, werd de plaats die de kerk in de samenleving innam gestaag kleiner. Als dat in dit tempo door gaat duurt het niet lang totdat er nauwelijks meer iets van over is. Overal kampt men met lege kerken, met een tekort aan vrijwilligers, achterstallig onderhoud, een gebrek aan geld en noemt u maar op. Kinderen om de verhalen aan door te geven, zijn er vrijwel niet meer en de generaties onder ons hebben er over het algemeen geen idee meer van wat we hier aan het doen zijn.

 

Maar dat is misschien niet eens het meest treurige. Wat in elk geval mij zorgen óók baart, is de manier waarop godsdienst, religie en spiritualiteit in het verdomhoekje terecht zijn gekomen en worden bespot. Alsof het iets is van vroeger, iets waar moderne en verstandige mensen onmogelijk een relatie mee zouden kunnen hebben.

 

Maar nogmaals, soms denk ik werkelijk dat wij het kantelpunt achter ons hebben liggen. Dat het tij zich keert. En dan bedoel ik niet meteen dat de traditionele kerken weer aan invloed zullen winnen. Ik weet niet of ik kan geloven dat dat ooit nog het geval zal zijn. Maar wel denk ik dat het taboe op religiositeit en spiritualiteit, ja zelfs op godsdienst zijn langste tijd heeft gehad. Het lijkt zo te zijn dat godsdienst uit zijn verbanning naar de zijlijn terugkeert naar daar waar er ook positieve aandacht aan wordt geschonken.

 

Waar ik dat uit afleid? Misschien ben ik te optimistisch maar al enige tijd denk ik de tekenen hiervan te zien. Een toch volstrekt seculiere krant als de NRC schrijft geregeld boeiende artikelen over wat er zich op het terrein van de godsdiensten afspeelt. En afgelopen donderdag stond er in Trouw aan voor mij verrassend artikel waarin betoogd werd dat de oud- en nieuwviering een onmiskenbaar religieuze dimensie heeft. Misschien is het aardig daar vanmorgen even bij stil te staan.

 

Aan bisschop De Korte van Den Bosch en Mohamed Ajouaóu, docent islamitische theologie aan de Vrije Universiteit in Amsterdam, werd gevraagd hoe zij vanuit een traditioneel godsdienstig perspectief naar dit feest keken. Beide heren kiezen een heel verschillend perspectief. En beide perspectieven zijn ons vertrouwd, zo stel ik me voor.

 

Met name De Korte was uitgesproken. Hij zei dat Oud en Nieuw van oudsher een moment van bezinning is en alleen al daarom religieuze connotaties heeft. Ik citeer: ‘Het is een moment om stil te staan bij het fenomeen van de tijd. We doen alsof er een overgang is, alsof we van de ene tijd overgaan in de andere tijd. Maar veel, zo niet alles, blijft natuurlijk hetzelfde. We moeten nog steeds een energietransitie voltrekken, de klimaatverandering is nog net zoals die vóór oud en nieuw was. Ook onze eigen zorgen blijven gewoon bestaan en doorgaan. En toch is er in onze beleving een andere tijd aangebroken.’ En vervolgens legt hij uit hoe het begrip ‘tijd’ op verschillende manieren kan worden verstaan, dat er een begrip van tijd is waarin chronologie centraal staat maar dat er ook zoiets is als ‘eeuwigheid’, een tijdsbegrip waardoor wij omhuld worden en waarin wij kunnen wonen. In het Grieks worden deze twee begrippen aangeduid met de woorden chronos en kairos. Als u er meer over wilt weten, kunt het artikel op het internet vinden.

 

Mohamed Ajouaóu vertelt dat ook onder moslims die al wat langer in Nederland wonen oud en nieuw een moment van bezinning is geworden. En dat terwijl Oud en Nieuw niet samenvalt met het begin van de islamitische kalender. Hij zegt dat het hem opvalt dat imams toch vaker in hun preek oud en nieuw aangrijpen voor bezinning. Ze benadrukken de symboliek ervan: met oud en nieuw kun je terugblikken op waar je het afgelopen jaar tekort bent geschoten en je voorbereiden op een nieuw jaar waarin je nieuwe kansen krijgt om goed te leven. In die zin krijgt oud en nieuw onder moslims, meer dan onder christenen, vooral een praktische, morele invulling.

 

Maar nogmaals, ik ga ervan uit dat wij zowel wat bisschip De Korte als Mohamed Ajouaóu zeggen zullen kunnen herkennen.

 

Wat ik vermoed, is dat een dergelijk artikel een paar jaar geleden niet geplaatst zou zijn. Toen was er geen journalist die zich aan een dergelijk onderwerp waagde. Ergens in de loop van de afgelopen decennia is de kerk opgesloten geraakt in een domein dat volkomen los stond van het moderne leven. Dat kerkelijke of godsdienstige domein zou bewoond worden door vreemde, wereldvreemde types die geen boodschap hadden aan de evidente verworvenheden van de ratio. Ze zijn op een stoffige manier moralistisch en missen het inzicht dat het natúúrlijk volstrekt onmogelijk is dat er hierboven ergens een god zou huizen die zich over onze levens ontfermt. Je zou bijna medelijden met ze krijgen.

 

Ver verwijderd van dat godsdienstige domein speelt het gewone leven zich af. Daar zetten mensen als Jeroen Pauw de toon. Jeroen Pauw, de opperpriester van het neo-liberale cynisme. In dat domein is het gepermitteerd, ja zelfs sexy om schampere grappen te maken over wie er nog wel religieus of godsdienstig is.

 

Van de week vertoefde ik in dat domein. Ik voel me dan al snel een niet opgemerkte standwerker op de markt van oude ambachten. Of een koopman op een provinciale braderie. En dat was ook nu weer het geval. Een toch goede vriend van mij, een psycholoog, bracht ter sprake dat een toonaangevende club binnen de Verenigde Naties die zich bezig houdt met theorievorming over geestelijke gezondheid een nieuwe lijst had gepubliceerd van de factoren die onze geestelijke gezondheid bepalen. Aan die lijst was nu het begrip ‘spiritualiteit’ toegevoegd. De toon van zijn opmerking was dat het nu toch niet veel gekker moest worden.

 

Op de één of andere manier lukte het om hierover in gesprek te raken. Tot mijn verbazing maakte het aanvankelijke cynisme plaats voor nieuwsgierigheid. We hebben er een hele tijd over zitten praten. Aanvankelijk vroegen we ons af wat de beweegredenen zouden kunnen zijn geweest dat de lijst met dit ene begrip is uitgebreid. Op het internationale podium speelt godsdienst nu niet altijd een even heilzame rol. Het zou een politieke move geweest kunnen zijn, een handreiking aan de landen met een religieus regime? De Verenigde Naties zijn immers in belangrijke mate een politieke organisatie. Of zijn we, als wij zo denken, te achterdochtig?

 

Uiteindelijk vroeg iemand in ons gezelschap heel onbevangen wat spiritualiteit eigenlijk is. Die vraag hielp het gesprek een stuk verder en was de sleutel tot in elk geval een antwoord. Want niemand bleek het goed onder woorden te kunnen brengen. Maar uiteindelijk kwamen we tot de conclusie dat als we spiritualiteit zouden kunnen verstaan als het vermogen om ons verwonderen. En dat het iets zegt over de mate waarin we ontvankelijk zijn voor wat er op ons toekomt. Het is waarschijnlijk een definitie die op tal van fronten mank gaat maar wij, zoals we daar zaten, konden ons er op dat moment iets bij voorstellen. En als onze spiritualiteit iets zegt over ons vermogen ons te verwonderen en over de mate waarin wij ons ontvankelijk opstellen, dan is het ook niet zo verwonderlijk dat zij een bijdrage kan leveren aan onze geestelijke gezondheid. Cynisme, wat dan het tegenovergestelde is, dat doet dat in elk geval niet, daar waren we het over eens.

 

Nog even weer over Oud en Nieuw, want daar hadden we het over. Een paar weken geleden vroeg iemand mij of ik wist waar ergens nog een kerkelijke bijeenkomst was op oudejaarsavond. Zij had die avond behoefte aan stilte en bezinning maar was tot de ontdekking gekomen dat er geen kerken meer zijn die hun deuren die avond openen.

 

Toen ik indertijd als predikant begon, was in het Friese dorp waar ik toen stond, de dienst op oudejaarsavond de drukste van het jaar. Sterker nog, het was de enige dienst in het jaar waarbij de kerk uitpuilde. Het vrijzinnige dorp was eigenlijk volstrekt onkerkelijk, behalve dan op de avond van het oudejaar. De reden was dat er op die avond de, zoals dat genoemd werd, ‘doden gelezen werden’.

 

Mijn collega’s uit de omliggende dorpen vonden dat dat niet meer kon. In hun dorpen had die traditie ook bestaan maar daar hadden zij korte metten mee gemaakt. Ik zou dat ook moeten doen, en wel onmiddellijk. Oud en nieuw zijn wereldlijke feestdagen en dan hoorde je überhaupt geen kerkdienst te hebben.

 

Ik ben in de jaren dat ik in dat kleine dorp in het noorden van Friesland stond niet overstag gegaan. De reden was dat ik voorzag dat het dorp het prima vond op die avond te komen maar niet op een ochtend te bewegen zou zijn naar de kerk te komen. Dat zou teveel de indruk wekken dat ze naar een kerkdienst zouden gaan. Als ik de oudejaarsdienst zou afschaffen, dan zou ik dus verantwoordelijk zijn voor het einde van de dierbare traditie dat het dorp in grote gezamenlijkheid stilstaat bij de overledenen.

 

Ik schamperde net even over Jeroen Pauw die het domein van het gewone leven te vuur en te zwaard tegen de kerk verdedigd. Maar dit kleine verhaaltje vertel ik om duidelijk te maken dat de scheiding tussen de kerk en het moderne leven van twee kanten werd en wordt bewerkstelligd. Zeker in die jaren hadden ook en misschien wel vooral de kerken de neiging zich terug te trekken uit het gewone leven, veilig op het vertrouwde, eigen erf.

 

Maar aan die beweging lijkt (ik zeg voorzichtig: ‘líjkt’) een einde te zijn gekomen. Heel behoedzaam zoeken beide domeinen toenadering en verkennen ze elkaars bereidheid om in gesprek te geraken.

 

Een journalist van een landelijke krant onderzoekt wat de religieuze dimensie is van onze oud en nieuwviering. Maar er zijn meer voorbeelden te noemen. De verschillende kerken oriënteren zich meer en meer op wat er leeft en speelt in de wereld om hen heen. En in de samenleving is sprake van een toenemende belangstelling voor bezinning en verstilling. En parallel daaraan tekent zich een herwaardering af van de tradities die ons met dat doel taal en vormen aanreiken.

 

Wat mij betreft is dat iets om verheugd over te zijn, dat de waterscheiding tussen aan één kant het ‘gewone leven’ en aan de andere kant ons religieuze of godsdienstige leven als volstrekt kunstmatig wordt ontmaskerd. Zoals de strijd om het dagelijks brood een onmiskenbaar onderdeel van het leven is, zo is het zoeken naar een manier om ons bestaan te plaatsen in relatie tot het eeuwige dat ook – ook geloof en spiritualiteit zijn volkomen alledaags. Dat waren we even vergeten.

 

Waar het uiteindelijk allemaal op neer komt, is dat het bijzondere en het gewone niet uit elkaar te houden zijn. Dat is de gedachte waarmee ik besluit en die ik u vanmorgen graag mee wil geven, dat ik hoop dat wij er in het nu komende jaar in zullen slagen om het bijzondere in het gewone te herkennen. Zoals wij het gewone als bijzonder zullen gaan waarderen.

Amen

 

Gebed

Dat wij niet te min denken over de menselijkheid die ons toevalt.

En over de glans die elke dag opnieuw over ons leven valt.

 

Maar het bestaan kent ook een andere kant, een donkere.

Natuurlijk hopen wij

en op onze beste momenten vertrouwen wij er op

dat die het onderspit zal delven.

Maar hier, vanmorgen, willen wij er niet aan voorbij gaan

dat er toch tallozen zijn die in het afgelopen jaar

in eigen ogen meer verloren dan wonnen,

die het gevoel hebben met lege handen te staan,

die ziek werden en afhankelijk,

die gekrenkt werden en beschadigd in hun vertrouwen,

die geliefden hebben verloren

en rouw van dichtbij hebben leren kennen.

 

Maar wij staan ook stil bij degenen

die om ons heen stonden en staan,

en bij de hartelijkheid, de troost en de warmte die zij ons geven.

 

Onze gedachten gaan uit naar wie het nieuwe jaar

met gemengde gevoelens begonnen zijn

omdat zij weten hoe broos het leven is

en omdat zij pijnlijke littekens uit een vorig jaar

met zich meedragen.

In gedachten zijn wij bij wie in de kou staat,

in de hoek waar de klappen vallen,

bij mensen die leven onder de rook

van klein en groot geweld.

 

Dat nieuw vertrouwen zich aan zal dienen

en nieuw élan

en dat wat waarachtig en is waardevol

niet ondergeschoffeld

maar juist opgericht zal worden

als een baken in de tijd.

Amen

 

 

https://www.trouw.nl/religie-filosofie/de-symboliek-van-oud-en-nieuw-heeft-bijna-iets-religieus~b1fda2c9/

Het theologisch elftal, 1 januari 2020 in Trouw.

Over chronos en kairos – naar dit artikel werd verwezen in de nieuwjaarsdienst van 5 januari jl.

met Mohamed Ajouaou, docent islamitische theologie aan de Vrije Universiteit te Amsterdam,

en Gerard de Korte, Bisschop van den Bosch