De Woudkapel                                    zondag 2 december 2018 (eerste zondag van Advent

voorganger: ds Pieter Lootsma   m.m.v. Klein Byzantijns Koor  o.l.v. Ilia Belianko

liturgie                                                                                                                                                                          

Welkom, mededelingen, ontsteken licht, stilte.

Openingslied                           no.162             Se nynje blagoslovitje Gospoda

Inleidende tekst

Gebed om ontferming             no. 67              3x  Gospodi,  Tjebje,  Amin.

Koor                                         no. 161           Gloria

Aankondiging Evangelie         v.:  lezing uit het heilig evangelie naar Lucas

Koor                                        no. 167           Slava Tjebje Gospodi

Evangelielezing                      Lucas 1: 5 – 25

Lucas 1: 5Toen Herodes koning van Judea was, leefde er een priester die Zacharias. Zijn vrouw heette Elisabet. 6Beiden waren vrome en gelovige mensen, die zich strikt aan alle geboden en wetten van de Heer hielden. 7Ze hadden geen kinderen, want Elisabet was onvruchtbaar, en beiden waren al op leeftijd. 8Toen de afdeling van Zacharias eens aan de beurt was om de priesterdienst te vervullen, 9werd er volgens het gebruik van de priesters geloot en werd Zacharias door het lot aangewezen om het reukoffer op te dragen in het heiligdom van de Heer. 10De samengestroomde menigte bleef buiten staan bidden terwijl het offer werd gebracht. 11Opeens verscheen hem een engel van de Heer, die aan de rechterkant van het reukofferaltaar stond. 12Zacharias schrok hevig bij het zien van de engel en hij werd door angst overvallen. 13Maar de engel zei tegen hem: ‘Wees niet bang, Zacharias, je gebed is verhoord: je vrouw Elisabet zal je een zoon baren, en je moet hem Johannes noemen. 14Vreugde en blijdschap zullen je ten deel vallen, en velen zullen zich over zijn geboorte verheugen. 15Hij zal groot zijn in de ogen van de Heer. Hij zal vervuld worden van de heilige Geest terwijl hij nog in de schoot van zijn moeder is, 16en hij zal velen uit het volk van Israël tot de Heer, hun God, brengen. 18Zacharias vroeg aan de engel: ‘Hoe kan ik weten of dat waar is? Ik ben immers een oude man en ook mijn vrouw is al op leeftijd.’ 19De engel antwoordde: ‘Ik ben Gabriël, die altijd in Gods nabijheid is, en ik ben uitgezonden om je dit goede nieuws te brengen. 20Maar omdat je geen geloof hebt gehecht aan mijn woorden, die op de voorbestemde tijd in vervulling zullen gaan, zul je stom zijn en niet kunnen spreken tot de dag waarop dit alles gaat gebeuren.’ 21De menigte stond buiten op Zacharias te wachten, en de mensen vroegen zich af waarom hij zo lang in het heiligdom bleef. 22Maar toen hij naar buiten kwam, kon hij niets tegen hen zeggen. Ze begrepen dat hij in het heiligdom een visioen had gezien; hij maakte gebaren tegen hen, maar spreken kon hij niet. 23Toen zijn tempeldienst voorbij was, ging hij terug naar huis. 24Korte tijd later werd zijn vrouw Elisabet zwanger. Ze leefde vijf maanden lang in afzondering en zei bij zichzelf: 25De Heer heeft zich mijn lot aangetrokken. Hij heeft dit voor mij gedaan opdat de mensen me niet langer verachten.

voorganger:                             Zo spreekt de Heer.

Koor                                        no. 5a              Slava Tjebje

Overdenking

Vanmorgen dus het verhaal van Zacharias en Elisabeth. Ik koos dat omdat ik het leuk vond om weer eens een ouderwets Adventsverhaal te lezen, een verhaal dat ook in de Bijbel vooraf gaat aan de geboorte van Jezus. En toen ik dit verhaal weer las, kwam de gedachte op aan wat ik tegenwoordig vaak in de kranten lees, dat er in onze tijd zo weinig sprake is van een sprankelende toekomstverwachting. Wij zouden opgesloten zitten in een niet erg verleidelijk heden en zelfs ‘met onze ruggen naar de toekomst staan’, las ik ergens. Voor de postmoderne mens is de toekomst geen uitdagend, nieuw avontuur maar een zwart gat met daarin de dreiging van klimaatverandering en duurzaamheidsproblematiek. Anders dan in voorbij decennia in zwang was (toen leek de toekomst veelbelovend) zouden wij de toekomst achterwaarts ‘binnenstommelen’.

Nu zal dat allemaal eindeloos te nuanceren zijn, ik ben de eerste om dat te bepleiten. Maar iets ervan herken ik wel. Gisteravond nog hoorde ik in verschillende commentaren op de dood van oud-president Bush dat wij juist nu behoefte zouden hebben aan een man als hij. Want nog meer dan toen het geval was leven wij in chaotische en onzekere tijden. Zijn helderheid en rechtlijnigheid zou soelaas kunnen bieden. Ik weet het allemaal niet. Een goede vriend van mij met wie ik onlangs hierover sprak, zei mij dat al die circulerende doemscenario’s geen onzin zullen zijn maar dat de toon in zijn leven voor alsnog voornamelijk en in de eerste plaats gezet wordt door het plezier dat hij beleefd aan het zien opgroeien van zijn kleinkinderen. Met andere woorden: hij verlangt dus wel degelijk naar de toekomst en dat verlangen wordt niet gedwarsboomd door wat er zich in de grote wereld al dan niet aandient.

En precies dat is wat Zacharias en Elisabeth níet doen. Zij verlangen niet naar de toekomst. Hun leven is enkel een kleurloos heden. En even afgezien van de mate waarin uw en mijn heden al dan niet gekleurd is, stel ik toch voor om vanmorgen bij hun verhaal te verwijlen. Het kan, lijkt mij, nooit kwaad om onze verhouding tot de toekomst eens tegen het licht te houden. Ik zal overigens niet veel meer doen dan u het verhaal nogmaals vertellen. Delen ervan zullen in elk geval herkenbaar zijn, zo stel ik mij voor.

Zacharias en Elisabeth. Twee zielen die steun en houvast ontlenen aan de traditie waarin zij zijn grootgebracht. ‘Beiden zijn zij vrome en gelovige mensen’, lazen wij, ‘zij zijn, waarschijnlijk zonder er erg in te hebben, gehoorzaam aan wat zij geleerd hebben dat mag en niet mag.’ Verder valt er blijkbaar niet veel over hen te vertellen.

Hoe het u vergaat, weet ik natuurlijk niet maar ik hoor hier enig cynisme in doorklinken: ze zullen beiden een heel behoorlijke achtergrond hebben, ze gaan iedere week keurig naar de kerk maar er zit verder smaak noch kraak aan. Altijd voorkomend, altijd beleefd. Maar intussen, staat er, zijn ze wel onvruchtbaar. Dat laatste heeft niets met biologie te maken. In de geheimtaal van de bijbel wil dat zeggen dat zij niet op de toekomst betrokken zijn. Zij zijn niet in verwáchting van wie of wat dan ook. Hun leven is een langzaam maar zeker doodlopende weg. En eigenlijk hebben zij daar ten volle vrede mee.

Maar Lucas, de verteller van het verhaal, heeft dat niet. Hij schetst ons vanmorgen hoe een dergelijk leven een omslag kan beleven. We lezen verder.

Zacharias is priester. Ook dat nog. In Bijbelse zin wil dat zeggen dat hij in dienst van de toekomst staat. Maar dat valt in zijn geval wat tegen. Het is in de tempel de gewoonte dat de priesters het lot laten beslissen wie in het heilige der heiligen het reukoffer mag brengen. En het lot is tot dusverre nooit op Zacharias gevallen. Met andere woorden: zijn gebed heeft de hemel nooit bereikt. God zal amper weten dat hij bestaat. Hij komt er niet aan te pas. Zacharias voelt zich oud. Hij leeft van verjaardag naar verjaardag, van zomergriep naar najaarsmoeheid, van ruzie naar het weer bijleggen ervan. Hij en zijn vrouw zijn een rustig en onopvallend eiland in de tijd. Zij hebben geleerd zich te schikken. Het zal hun tijd wel duren. Zij zijn verzoend met de gedachte dat het leven een kringloop is van opgaan, blinken en verzinken, een cyclus waar je zo pijnloos mogelijk doorheen moet zien te rollen. Dat alles prima is zolang jou maar geen ramp treft en er geen groot verdriet op jouw pad komt, of dat ingrijpende gebeurtenissen jouw leven in de war sturen.

Zacharias voelt zich oud. Hij gaat dan ook deze keer weer zonder enige verwachting naar wat hij als zijn werk beschouwt. Maar dan ineens, zomaar, out of the blue, is het zíjn naam die opklinkt. ‘Zacharias’, wordt er geroepen. Híj is vandaag aangewezen het reukoffer op te dragen. En daarmee om zíjn gebed op te zenden.

Wat zou er eerst geweest zijn? Is er iets met Zacharias gebeurd, is er iets in hem veranderd waardoor hij opeens wél de ruimte en de vrijheid vond om zijn nood bij God te klagen? Of is het andersom en moest hij van buitenaf (door het lot nog wel!) een handje worden geholpen om over de drempel van zijn mistroostigheid heen te stappen en erop te vertrouwen dat ook hij zich gehoord mag weten?

Met knikkende knieën loopt hij de trap naar het heilige der heiligen op. Met bevende hand maakt hij de rituele gebaren met het wierookvat, met trillende stem spreekt hij zijn gebed uit. En tot zijn verrassing (ik kan het me niet anders voorstellen), tot zijn verrassing bidt hij dat er toch zoiets als een lijntje naar de toekomst zal worden uitgeworpen. Ergens, ver weg in de kom van zijn ziel, leefde dat verlangen nog. Ergens, in de diepste diepte van zijn bewustzijn hoopte hij blijkbaar dat dat mogelijk was.

En dan gebeurt het. In de stílte van dit moment klinkt: ‘Zacharias, schrik niet. Jij zult worden bevrijd. Jij en jouw vrouw. Die hopeloze cirkelgang waarin jullie leven besloten ligt, wordt opengebroken. Je zult je blik op de toekomst richten. Nee sterker nog, je zult een begin van die toekomst vóór je zien. Je zult er déél aan hebben. Jíj, de oude Zacharias zal vruchtbaar zijn en een zoon krijgen die je Johannes zult noemen, ‘God is genadig’ betekent die naam’.

 

Zacharias staat op zijn grondvesten te schudden. Hij weet eigenlijk niet eens of hij dit allemaal wel wil. Hij was immers tevreden met het leven dat hij leidde? Dit nieuwe verlangen, dit nieuwe bewustzijn, wat moet hij ermee? Wat moet hij ervan denken? Wat moet hij erover zeggen? Lucas voelt dat goed aan en schrijft op dat hij ‘stom zal zijn tot de dag waarop zijn zoon geboren wordt’. Eerst zien en dan geloven. Zacharias geeft zich nog niet gewonnen. Hij houdt een gezonde dosis scepsis overeind.

Het contrast tussen de werkelijkheid waarin hij samen met zijn vrouw Elisabeth zo genoeglijk leeft én het verlangen dat onaangekondigd in het ontwaakt is levensgroot. En het staat bol van de spanning. Dat Zacharias aarzelt laat zich dan ook begrijpen: ‘Hoe weet ik, of ik jou kan vertrouwen?’, zegt hij tegen de engel, ‘en of ik werkelijk met jou in zee kan gaan? Zijn mijn vrouw en ik zo langzamerhand niet te oud geworden om ons opnieuw te oriënteren en wat ons vertrouwd geworden is te heroverwegen?’

Ik vermoed dat dat de vraag is die dit verhaal stelt aan wie het leest of aanhoort: hoe verhouden jullie je tot wat komen gaat? In hoeverre ben je nieuwsgierig en sta je open voor wat de toekomst je brengt? Of verschuil je je in een zelfgenoegzaam heden?

U en ik, wij houden onszelf, zo goed en zo kwaad als het gaat, wel staande houden in het leven dat wij leiden. Als wij ons rustig houden en onze bemoeienis met wat en wie er op ons afkomt weten te doseren, weten wij ons evenwicht wel te bewaren. Zo blijven wij overeind in een alles behalve zachtzinnige wereld.

Maar, omdat Lucas zijn geschrift met dit verhaal begint, lijkt hij te willen zeggen dat wij niet moeten denken dat we het daarmee zullen redden. Sterker nog, er zal mee worden afgerekend. Met onder meer dit verhaal lijkt hij te waarschuwen dat hij ons een betrokkenheid op de toekomst voor wil spiegelen die alles wat tot nu toe waar leek te zijn onderuit zal halen: dit boekje handelt over een verlangen en een vertrouwen dat, en lees dat maar letterlijk, niet zonder gevaar voor het eigen leven is.

Natuurlijk, je kunt, net als Zacharias, doorgaan met het vertellen over wat was. Je kunt je blijven troosten door wat je al kent. ‘Maar dan moet ik je waarschuwen’, lijkt Lucas te willen zeggen: ‘you ain’t seen nothing yet. Als je de volgende bladzijden omslaat en dus verder leest, weet dan dat je terecht zult komen in de spanning en de onrust die alles op zijn kop zet. Je zult in gewetens- en loyaliteitsconflicten verzeilen. Je zult het gevoel hebben over dun ijs te lopen, misschien zelfs het angstige gevoel dat je over water loopt. En het enige dat daar tegenover staat is de belofte dat je daadwerkelijk deel hebt aan een toekomst ongedacht. Je zult vruchtbaar, ‘God is genadig’ is zijn naam – vertrouw daar maar op … ‘

Amen

Stilte

Koor                                        Geloofsbelijdenis        no. 225, Vjeroejoe

Avondmaalsgebed

Hoewel al jaren weg, bleef je hier toch.

Soms was je een herinnering die binnenin

in leven bleef, soms was je nergens want

het duister ingegaan, van ons vandaan.

Zie hoe wij hier zijn omdat we willen

denken aan hoe jij er was, we willen

zijn als jij, met jou erbij en ons aaneen.

Wij zijn hier echt, we denken jou

we delen woorden, zeggen brood

en even zijn wij samen één.

Daarom steeds weer in dankbaarheid

tot jij weer komt – je bent er al, want altijd hier

altijd nabij, altijd bij haar, bij hem, bij mij.

Koor                                        no.97               Svjat, Svjat, Svjat ( Sanctus )

Inzettingswoorden 1                          wij gaan staan

Wij delen zijn woorden, wij delen zijn brood, wij noemen ons één.

Koor   Amin

Inzettingswoorden 2

Wij drinken zijn dagen en voelen zijn leven als wijn in ons bloed.

Koor                                        no. 194           Tjebje pojem blagoslovim

Voorganger:                                        Sta ons toe Heer te mogen zeggen:

Koor                                        no. 141           Otce nas (Onze Vader)

 

Vredeswens                            U bent uitgenodigd degenen die onmiddellijk bij u in de buurt

staan een hand te geven onder het zeggen van: ‘Vrede met u’

 

Koor                                        no. 183            Swjati Bozje

hierna gaan wij zitten

voorganger:                             Komt dan want alle dingen zijn gereed

communie                               iedereen is uitgenodigd om (te beginnen met de voorste rijen) naar voren te komen en brood in ontvangst te nemen. Daarna loopt u linksom of rechtom (afhankelijk van waar u zit) langs een van de wijnkelken. U kunt uw brood in de wijn dopen alvorens u het tot u neemt en doorloopt naar uw zitplaats

 

tijdens de Communie              no. 83A           Iže Cheroevimy tajno

 

lofprijzing

Prijs, mijn ziel, dat wat is in eeuwigheid,

al wat in mij is, prijs wat heilig is.

Het is goed te geven en te ontvangen

zijn liefde en troost die geen einde nemen.

 

Slotzang  Koor                          no. 65 Dostojno jest 

Zegen