De Woudkapel                        zondag 1 december 2019 (Eerste zondag van Advent)

 

Voorganger: ds Pieter Lootsma

m.m.v. Het Klein Byzantijns Koor o.l.v. Ilja Belianko

 

liturgie

0 WELKOM mededelingen, stilte, ontsteken licht, stilte

 

0 OPENINGSLIED| Swysje prorotsy (Свыше пророцы) | De profeten uit de hemel van Balakirev (Балакирев) |             -hierbij gaat men staan-

De profeten hebben u vanuit de hemel aangekondigd, O Maagd: de Kruik, de Staf, de Tafels van de Wet, de Ark, de Kandelaar, de Ondeelbare Berg, het Gouden Wierookvat, de Tabernakel, de Ondoorgaanbare Poort, het Paleis en de Ladder, en de Troon der Koningen.

 

0 INLEIDENDE TEKST                       -zitten-

Net zoals vorig jaar zal het Klein Byzantijns Koor in de dienst op deze eerste zondag van Advent van zich laten horen. En net als vorig jaar hebben we geprobeerd de liturgie zo in elkaar te zetten dat wat wij hier doen zoveel als mogelijk lijkt op wat er in een Orthodoxe of Byzamtijnse dienst gebeurt. En dat verschilt nogal van wat wij gewoon zijn. Het meest opvallende aspect zal zijn dat u als kerkgangers niet of nauwelijks aan het woord komt. U wordt verondersteld om mee te bewegen met wat de muziiek, de liederen en de gesproken teksten oproepen. Dat vraagt nogal wat van u en ik denk dat wij, postmoderne mensen uit noord-west Europa daar maar zeer ten dele toe in staat zijn. Wij hebben van jongs af aan geleerd alert te zijn. En kritisch. En om ook duidelijk te maken hoe wij iets zien of ervaren. Wij vinden overal wat van en daar hechten we aan omdat we dat ‘vinden’ zien als de vrucht van onze emancipatie.

Hoezeer dat ook waar mag zijn, onze immer kritische houding kan ons ook in de weg staan om, bij voorbeeld, te worden verleid ons eens helemaal toe te vertrouwen aan wat er op ons toe komt. Om op te gaan in wat over ons komt. De oosterse mens is daar meer en beter in geoefend dan wij. Ik wil daar overigens geen pleidooi voor houden want ook daar kleven bezwaren en moeilijkheden aan maar dat laat ik nu rusten. Waar het om gaat is dat wij vanmorgen de gelegenheid krijgen om een beetje te ervaren hoe die orthodoxe of oosterse spiritualiteit voelt. Dat is althans de uitnodiging. We gaan beginnen. Ik wens u een inspirerend en troostend uur toe.

 

0 GEBED OM ONTFERMING | 3 maal Gospodi, pomiloej (Господи помилуй): Heer, onferm U!

  1. Zoveel indrukken doen wij elke dag op,

onze levens zijn vol, ja zelfs overvol.

En desondanks ervaren wij zo dikwijls leegte,

een gebrek aan zin en betekenis

en aan onbekommerde ontvankelijkheid,

aan vertrouwen in de troost die ons

uit onverwachte hoeken aanwaait

en die ons uitnodigt verder te kijken

dan wat tastbaar en begrijpelijk is.

En daarom bidden wij: …

2 Zoveel indrukken doen wij elke dag op,

er is zoveel te zien en te horen

dat het horen en zien ons dreigt te vergaan.

Maar tegelijk blijft het toch óók stil

in ons en om ons heen,

stil, omdat dat ene woord waarop wij wachten

maar niet klinkt.

Dat maakt ons onzeker,

onzeker over wat wij mogen verwachten,

of er wel werkelijke troost is

en of er toekomst is,

of wij ons geborgen mogen weten

in wat onze kleinheid overstijgt,

in dat wat groter is dan wij kunnen denken.

En daarom bidden wij: …

3 Zoveel indrukken doen wij elke dag op,

onze levens zijn vol en er is zoveel is er te zien en te horen.

Dat wij in al die volte en in alles wat er te zien en te horen is

óók oog en oor zullen hebben

voor wat verwijst naar een werkelijkheid die misschien niet meteen in het oog springt

en die alles behalve oorverdovend is

maar die des te behoedzamer

en boordevol koestering naar óns op zoek is,

een werkelijkheid die tot ons spreekt

in bloemen en in luchten,

in bomen en in vruchten,

in handen die helen,

breken en delen.

En daarom bidden wij: …

Amen

 

0 GLORIA 165 B | Jedinorodny Synje (Единородный Сыне) | Eniggeboren Zoon van Archangelski (Архангельский) |

Eer aan de Vader, de Zoon en de Heilige Geest, nu en altijd en in de eeuwen der eeuwen. Amen. Eniggeboren Zoon en Woord van God, Gij, die onsterfelijk zijt, en omwille van onze verlossing vlees hebt willen aannemen uit de heilige Moeder Gods en altijd maagd Maria, en zonder verandering mens geworden zijt; die gekruisigd zijt en de dood door uw dood hebt vertreden, Christus God, die een zijt van de heilige Drievuldigheid, en verheerlijkt wordt tezamen met de Vader en de Heilige Geest: red ons.

 

0 AANKONDIGING EVANGELIE Voorganger: “Lezing uit het heilig evangelie naar Lucas”

0 | Slava tjebje, Gospodi (Слава тебје, Господи): Ere zij U, Heer van Stetsenko (Стеценко)

Lucas 1: 26In de zesde maand zond God de ​engel​ ​Gabriël​ naar de stad ​Nazaret​ in Galilea, 27naar een meisje dat was uitgehuwelijkt aan een man die ​Jozef​ heette, een afstammeling van ​David. Het meisje heette ​Maria. 28Gabriël​ ging haar huis binnen en zei: ‘Gegroet ​Maria, je bent begenadigd, de ​Heer​ is met je.’ 29Ze schrok hevig bij het horen van zijn woorden en vroeg zich af wat die begroeting te betekenen had. 30Maar de ​engel​ zei tegen haar: ‘Wees niet bang, ​Maria, God heeft je zijn ​gunst​ geschonken. 31Luister, je zult zwanger worden en een zoon baren, en je moet hem ​Jezus​ noemen. 32Hij zal een groot man worden en Zoon van de Allerhoogste worden genoemd, en God, de ​Heer, zal hem de troon van zijn vader ​David​ geven. 33Tot in eeuwigheid zal hij ​koning​ zijn over het volk van ​Jakob, en aan zijn koningschap zal geen einde komen.’

34Maria​ vroeg aan de ​engel: ‘Hoe zal dat gebeuren? Ik heb immers nog nooit gemeenschap met een man gehad.’ 35De ​engel​ antwoordde: ‘De ​heilige​ Geest​ zal over je komen en de kracht van de Allerhoogste zal je als een schaduw bedekken. Daarom zal het ​kind​ dat geboren wordt, ​heilig​ worden genoemd en ​Zoon van God. 36Luister, ook je familielid ​Elisabet​ is zwanger van een zoon, ondanks haar hoge leeftijd. Ze is nu, ook al hield men haar voor onvruchtbaar, in de zesde maand van haar zwangerschap, 37want voor God is niets onmogelijk.’ 38Maria​ zei: ‘De ​Heer​ wil ik dienen: laat er met mij gebeuren wat u hebt gezegd.’ Daarna liet de ​engel​ haar weer alleen.

 

EVANGELIELEZING Voorganger: “Zo spreekt de Heer”

0 | Slava tjebje, Gospodi (Слава тебје, Господи): Ere zij U, Heer van Belianko (Белянко)

 

0 OVERDENKING

Vandaag is het de eerste zondag van Advent en daarmee de eerste zondag van wat het Kerkelijk Jaar genoemd wordt. Dat Kerkelijk Jaar begint met de vier Adventszondagen en bouwt in evenzoveel weken op naar het feest van Kerstmis, het feest waarop we ruimte maken voor de gedachte dat zelfs in de donkerste nacht het licht doorbreekt. Ná Kerstmis beweegt dat Kerkelijk Jaar mee met het verhaal van Jezus van Nazareth tot en met de Paasmorgen. Na Pasen komt het via Hemelvaart en Pinksteren tot rust in een lange zomer die eigenlijk duurt tot de Adventszondagen zich weer aandienen. Dan begint het hele verhaal opnieuw.

 

Het begint dus met vier zondagen waarop de hoop centraal staat. In een almaar donkerder wordende wereld worden verhalen gelezen en liederen gezongen die getuigen van het vertrouwen dat dat dan wel zo kan zijn, dat het iedere volgende dag nog donkerder is dan de vorige maar dat dat niet wil zeggen dat het donker het laatste woord zal hebben. Er komt een dag dat het licht doorbreekt en zelfs het donker zal verdrijven. Er komt een dag waarop het donker het onderspit zal delven.

 

Jouw hoop, jouw vertrouwen, hoe pril of misschien sleets het ook mag zijn, het zal een antwoord vinden en bevestigd worden.

 

Jaar in jaar uit wordt dit troostrijke ritueel voltrokken met als enige doel ons mee te trekken, wég uit onze troosteloosheid in de richting van een nieuw verstaan van de wereld waarin wij leven.

 

Bij de voorbereiding van deze dienst ben ik me eens gaan afvragen in hoeverre ik dat wat ik nu zeg ook concreet kan maken. En dan bedoel ik te zeggen: hoe zit dat eigenlijk bij mijzelf? Met welke hoop leef ik eigenlijk? Waar richt mijn verwachting zich op? Hoe stel ik mij het licht voor dat míjn donkerte zou moeten verjagen? Heb ik daar een voorstelling bij? Kan ik dat onder woorden brengen? Of is het allemaal vooral vaag en diffuus?

 

In zekere zin heb ik mezelf ter verantwoording geroepen. Dat leek mij aan de orde. Een Adventspreek waarin hoop en vertrouwen doorklinkt zal toch enige relatie moeten hebben met hoe ik mijzelf ten opzicht van deze begrippen verhoud.

 

Ik zal u zeggen dat ik min of meer tot mijn verrassing ontdekte ik het verdraaid lastig vond om te expliciteren waar mijn hoop en mijn vertrouwen zich op richten. Waar het de grote thema’s betreft, zoals wereldvrede of het in toom houden van de opwarming van de aarde en noem maar op, zijn mijn verwachtingen niet erg hoog gespannen. Ik weet niet eigenlijk niet waar ik op hoop. Maar ook als het gaat om mijn eigen kleine leven blijken veel verwachtingen nogal naar de achtergrond te zijn gedrongen. Er is in mijn leven het afgelopen jaar het één en ander voorgevallen dus er kunnen meer of minder persoonlijke redenen aan ten grondslag liggen. Het kan iets van mij alleen zijn maar ik vermoed dat ik niet alleen sta als ik zeg dat het leven geleefd wordt in een tempo dat weinig ruimte laat voor concrete vergezichten. We hebben onze handen vol aan de dagelijkse kwesties en kwestietjes. En waar het uiteindelijk allemaal in zal uitmonden? Ach, wie zal het zeggen.

 

Daar komt bij dat wij in een tijd leven die weinig toekomstgericht is. En dan bedoel ik dat er in het publieke debat niet veel plaats wordt ingeruimd voor bij voorbeeld ideologische bevlogenheid. Er spelen zoveel en dusdanig bedreigende thema’s dat we ons hart vasthouden als de toekomst in beeld komt. Klimaatverandering, de opkomst van het populisme, de naar het oosten opschuivende wereldmacht; ik hoef het allemaal niet op te noemen. Wat het voor ons gaat betekenen, weet nog niemand maar dat onze wereld gaat veranderen staat wel vast. Vorig jaar lazen we met een aantal van u het boek Homo deus van Harari. Het plausibele scenario dat daarin wordt geschetst wakkert onze verwarring en onzekerheid nog aan.

 

Eén en ander heeft ertoe geleid dat onze tijd zich door met name pragmatisme kenmerkt. We concentreren ons op wat er nú speelt en hebben de horizon overzichtelijk dichtbij huis gelegd. Op die manier weten we tenminste een beetje overzicht te bewaren. En ik bedoel dat niet meteen als een verwijt. De samenleving is zo complex en verandert in een dusdanig hoog tempo dat het misschien niet anders kan. Maar een resultaat is wel dat wij zowel in het groot als in het klein vaak niet verder kijken dan onze neuzen lang zijn: als we nu eerst maar even dit … en als we intussen even dat … dan zien we daarna we verder.

 

In het klein richten we ons op het opheffen van wat ons dwarszit. We hopen dat bepaalde ongemakken, zeurende pijn, schrijnend gemis, chaos of beklemming, dat het allemaal voorbij zal gaan. Dan kunnen we daarna ons leven herpakken. Toen ik mezelf eens even heel serieus de vraag stelde hoe ver vooruit ik mijn horizon gelegd had, schrok ik bijna. Natuurlijk troost ik mezelf met de gedachte dat er andere tijden zullen aanbreken maar dat weet ik met mijn hoofd, het is een cognitief weten. Het is de vraag in hoeverre ik dat ook werkelijk kan erváren en of ik vanuit die ervaring de toekomst tegemoet leef.

 

In het groot is het al niet veel anders. Wie van u kan zeggen dat hij of zij verwachtingsvol uitkijkt naar hoe de wereld zich de komende jaren of decennia zal ontwikkelen? Misschien dat we beníeuwd zijn hoe één en ander verder zal gaan, dat kan natuurlijk. Maar het geloof dat alles zich in een gestaag tempo koersvast ten goede zal keren lijkt mij nogal te zijn getemperd.

 

Hoewel dat natuurlijk lastig is in te schatten en we er dus weinig met zekerheid over kunnen zeggen, vermoed ik dat generaties boven ons het leven hier op aarde dragelijk vonden. En dat dan om tenminste twee redenen. In de eerste plaats heeft het 19-de eeuwse vooruitgangsgeloof om het voorzichtig te zeggen een deuk opgelopen. Zo langzamerhand dreigt het gevoel dat alles zichzelf langzaam maar zeker vastdraait de overhand te krijgen. Maar daarnaast, en dat dan in de tweede plaats, is de idee dat er zoiets als een uiteindelijke gerechtigheid bestaat in een enkele generatie tijds verdampt. De gedachte dat we er op mogen vertrouwen dat er eens met alle onrecht, met alle pijn en verlorenheid zal worden afgerekend kan in elk geval in onze streken niet meer op veel steun rekenen.

 

In de christelijke wereld werd dan gedacht aan een persoonlijke genoegdoening na de dood. Dan zou God vanaf zijn troon rechtspreken en iedereen die tekort is gedaan naar voren halen – ten koste van degenen die hun voordeel al tijdens het aardse leven binnenharkten.

 

Maar daarnaast en tegelijkertijd leefde de gedachte aan zoiets als een eindtijd: een moment in de tijd, een stip op de horizon waar deze hele worstelende wereld vol erbarmen zal worden thuisgehaald.

 

Dat is een gedachte die ook het jodendom kent. Daar rekent met van oudsher met de lange termijn. De gedachte aan een leven na de dood, en dus aan zoiets als genoegdoening na een overlijden kent het jodendom ternauwernood. Maar dat neemt niet weg dat ook binnen het jodendom gesproken wordt over uiteindelijke gerechtigheid en genoegdoening. ‘Volgend jaar in Jeruzalem’, wordt ieder jaar met Pasen gezegd. En daarmee wordt bedoeld dat er ééns een moment aanbreekt waarop de geschiedenis samenvalt met de stip op de horizon. Met z’n allen zijn we onderweg, jaar in jaar uit. En eens komen wij aan in de stad van de eeuwige vrede.

 

Ik kan het in dit kader niet laten iets te vertellen over de film Café Society die een paar weken geleden op de televisie werd uitgezonden. Ik had die film nooit gezien maar had er indertijd wel over horen praten. De film vertelt het verhaal van een joods gezin uit de Bronx in New York. Ik laat dat verder voor wat het is behalve dan dat er één zoon is die in de criminaliteit verzeild raak. Hij maakt het nogal bont en krijgt uiteindelijk de doodstraf. Terwijl hij wacht op de voltrekking van het vonnis bekeert hij zich tot het christendom. Daarna volgt een prachtige scene waarin het hele gezin, inclusief vader en moeder, deze bekering uitgebreid en zorgvuldig bespreekt. Heel gelukkig worden ze er niet van, dat nu een van de kinderen zich tot dat in hun ogen nogal oppervlakkige christendom heeft bekeerd. Maar tegelijkertijd is er ook veel begrip voor zijn keuze. Want, zo is de conclusie, als je in zijn schoenen staat, wil je natúúrlijk deel hebben aan een uiteindelijke gerechtigheid. ‘Bij ons joden kan dat nog eindeloos duren. Na de dood is het allemaal afgelopen en het is maar afwachten wanneer God deze wereld thuis zal halen. Maar de christenen geloven dat ieder mens die ervaring na de dood deelachtig zal worden. Haal je de koekoek dat onze John zich met alles wat hij op zijn kerfstok heeft tot die godsdienst bekeert. Dan hoeft hij niet alle hoop nu al al te laten varen.’

 

En dat is waar het in deze Adventsweken over gaat, over hoop. Over het vertrouwen dat de donkerte waarin wij verzeilden niet durend zal zijn.

 

Hoe en wanneer dat waarop wij hopen gestalte zal krijgen, is misschien niet eens in de eerste plaats aan de orde. Waar het op aan komt is dat wij ons uitgenodigd mogen weten om onze verwachting niet slechts te stellen op wat zichtbaar is en tastbaar. Misschien is dat ook wel de grap van wat werkelijk vertrouwensvol in het leven staan, dat dat vertrouwen geen object heeft. Het gaat er niet om wat we hopen of waarop we vertrouwen. Sterker nog: dat te willen weten is te duiden als een gebrek aan vertrouwen. Het is immers greep willen krijgen op de toekomst? Met andere woorden: het komt er op aan onze horizon te verleggen tot voorbij waar wij ons aan vast kunnen houden en invloed op uit kunnen oefenen.

 

Als ik dit zo hardop uitspreek, realiseer ik me dat ik mezelf niet moet overschreeuwen. Het is en blijft immers een breekbaar vertrouwen dat komt en dat gaat. Broze stervelingen als u en ik zullen er op momenten in delen. En op evenzovele momenten komt het ons als onwaarschijnlijk en onwaarachtig voor. Maar door de eeuwen heen blijken mensen zich uit het moeras van hun leven omhoog te hebben getrokken omdat er diep in hun bewustzijn hoop bleek te leven. En vertrouwen.

 

De evangelist Lucas heeft precies dat zo schitterend verbeeld in zijn verhaal over de geboorte van datzelfde vertrouwen: het is als een kind, klein, kwetsbaar en weerloos. Althans, zo oogt het. Maar ik nodig je uit het ermee te wagen. Je zult voor een nog ongedachte verrassing komen te staan.

 

In hoeverre dat waar Lucas over schrijft reëel is? Is het ergens op gebaseerd of draaien hij ons een rad voor ogen? Het antwoord daarop zal nooit sluitend kunnen worden gegeven. Maar misschien hoeft dat ook niet. Om de dichter van Randwijk te parafraseren: ‘alleen al de gedachte dat het wáár zou kunnen zijn, doet mij mijn oren spitsen’.

Amen

 

0 STILTE

 

0 GELOOFSBELIJDENIS | Vjeroejoe (Верую): Credo van Tsjaikovski (Чайковский) |

 

0 AVONDMAALSGEBED | Svjat, svjat, svjat (Свят, свят, свят): Heilig, heilig, heilig van Stetsenko (Стеценко)

Hoewel al jaren weg, bleef je hier toch.

Soms was je een herinnering die binnenin

in leven bleef, soms was je nergens want

het duister ingegaan, van ons vandaan.

Zie hoe wij hier zijn omdat we willen

denken aan hoe jij er was, we willen

zijn als jij, met jou erbij en ons aaneen.

Wij zijn hier echt, we denken jou

we delen woorden, zeggen brood

en even zijn wij samen één.

Daarom steeds weer in dankbaarheid

tot jij weer komt – je bent er al, want altijd hier

altijd nabij, altijd bij haar, bij hem, bij mij.

 

0 INZETTINGSWOORDEN                -we gaan staan-

Wij delen zijn woorden, wij delen zijn brood, wij noemen ons één.

 

0 KOOR: 1 IAmin |

 

0 INZETTINGSWOORDEN 2

Wij drinken zijn dagen en voelen zijn leven als wijn in ons bloed.

 

0 Koor: ITobi … |

 

0 ONZE VADER Voorganger: “Sta ons toe, Heer, te mogen zeggen:”

| Otce nasj (Отче наш): Onze Vader van Shvedov (Шведов) |

 

0 VREDESWENS | Svjaty Bozhe (Святый Боже): Trisagion van Tsjaikovski (Чайковский) |

– U bent uitgenodigd degenen die onmiddellijk bij u in de buurt

staan een hand te geven onder het zeggen van: ‘Vrede met u’-

 

-hierna gaan we zitten-

 

0 COMMUNIE Voorganger: “Komt dan, want alle dingen zijn gereed”

 

-iedereen is uitgenodigd om (te beginnen met de voorste rijen) naar voren te komen en brood in ontvangst te nemen. Daarna loopt u linksom of rechtom (afhankelijk van waar u zit) langs een van de wijnkelken. U kunt uw brood in de wijn dopen alvorens u het tot u neemt en doorloopt naar uw zitplaats-

 

0 |Cheroevimskaja pjesn (Херувимская песнь): Cherubijnenhymne

Laat ons, die de cherubijnen op geheimnisvolle wijze verzinnebeelden, en het driemaal heilig zingen tot de levenschenkende Drie-eenheid, nu alle aardse zorgen opzij zetten zodat wij de Koning van het al kunnen verwelkomen, die binnentreedt, op onzichtbare wijze begeleid door de hemelse scharen. Halleluja.

 

0 LOFPRIJZING

Prijs, mijn ziel, dat wat is in eeuwigheid,

al wat in mij is, prijs wat heilig is.

Het is goed te geven en te ontvangen

zijn liefde en troost die geen einde nemen.

 

0 SLOTZANG| Zastupnitse us’erdnaja (Заступнице усердная): IJverige voorspreekster van Tsjesnokov (Чеснокoв) |

IJverige voorspreekster, moeder van de allerhoogste Heer, bid voor ons allen bij uw zoon Christus, onze Heer, en red allen die hun toevlucht nemen tot uw machtige bescherming. Moeder van de allerhoogste Heer, doe voorspraak voor ons allen, Heerseres, Tsaritsa en Gebiedster.  Doe voorspraak voor ons allen die in nood en verdriet en ziekte verkeren en overladen zijn met veel zonden. Doe voorspraak voor ons allen die voor u staan en u bidden met deemoedige ziel en bedrukt hart, die met tranen voor uw allerzuiverste beeltenis staan en een onherroepelijke hoop op u hebben. En bevrijd ons van alle kwaden en red allen, Moeder Gods en Maagd. Want u bent een goddelijke  bescherming voor uw dienaren, een goddelijke bescherming voor uw dienaren.

 

0 ZEGEN                     -staan-

De Heer zegene u en hij behoede u,

De Heer doe zijn aangezicht over u lichten en zij u genadig.

De Heer verheffe zijn aangezicht over u

En geven u vrede,

Amen