De Woudkapel, Bilthoven                                                              zondag 22 oktober 2017

liturgie

welkom, kaars, stilte etc.

 

zingen                                                            NLB 981: 1, 2, 3, en 5

 

inleidende tekst

Vanmorgen gaat het over de verhouding tussen natuur en cultuur. Of misschien moet ik zeggen: de verhouding tussen de natuur en de beschaving. Ik merkte dat ik geneigd ben die woorden door elkaar te gebruiken. Het één staat niet zelden op gespannen voet met het ander. We kunnen dan denken aan bij voorbeeld de aanleg van nieuwe wegen of de bouw van woonwijken op plaatsen waar tot nu toe weilanden lagen of bossen. Ik ga er dan even van uit dat zo’n weg of woonwijk als onderdeel of aspect van de cultuur beschouwt kan worden. Dat is natuurlijk nog maar de vraag en het antwoord op die vraag is onder meer afhankelijk van de manier waarop wij het woord cultuur zullen definiëren.

 

Maar goed, ik wil het vanmorgen dus met u over dat spanningsveld tussen beide begrippen hebben. Dat is een bij uitstek bijbels thema. We zullen hierover nadenken aan de hand van een fragment uit de verhalen over de broers Esau en Jacob. Zoals u wellicht weet, lees ik verhalen over de aartsvader Jacob met een tiental mensen hier uit de Woudkapel. Het aantal mensen dat zich hiervoor had opgegeven was veel groter en daarom zal de gespreksgroep over dit onderwerp later dit seizoen nog tenminste twee maal worden herhaald. Maar degenen die nu meedoen of die zich hebben opgegeven hebben voor de groepen in januari en in het voorjaar hoeven zich geen zorgen te maken. Er valt over deze verhalen zoveel te vertellen en te bespreken dat er ruimschoots voldoende stof overblijft.

 

We beginnen gewoontegetrouw met het lezen van een gedicht. Dit keer van de geprangde Nederlandse dichter Willem de Mérode. Het heet ‘Tederheid’ (blz. 56). De relatie met ons onderwerp van vanmorgen is dat tederheid hoort bij wat wij cultuur noemen. Om één en ander maar meteen op scherp te stellen: de natuur kent maar één wet en één recht. Dat is de wet en het recht van de sterkste. Maar cultuur kan ruimte voor tederheid claimen. Omdat zij de betekenis en de waarde ervan hoog in het vaandel heeft staan.

 

Teederheid

Er is een teerheid, die voor woorden vreest,

Te leven schroomt in blikken en gebaren,

Uit overschaduwde ogen waagt te staren,

En voor ons opzien schrikt, en wijkt bedeesd.

 

Maar wijl nog zachte glans in de oogen kwijnt,

Een fijne blos vervluchtigt langs de wangen,

De schuchtre mond verinnigt van verlangen,

En ’t even lachen door de smart verreint,

 

Verraad zich al de wanhoop van ontberen,

Dat vruchteloos zicht te verbergen moeit,

De kommer van een onderdrukt begeren

Dat nu, een teeder wonder, openbloeit,

En ons beschaamd erbarmen komt verheeren,

En onze nachten met zijn glans vermoeit.

 

piano- of orgelmuziek

 

schriftlezing                                      uit Genesis 25

In de dienst begin september las ik het verhaal voor van het gevecht van Jacob aan de rivier de Jabbok. Nu dus weer een verhaal uit diezelfde cyclus. Vanmorgen lees ik de paar regels die er besteed worden aan de zwangerschap van Rebekka, de vrouw van Isaak en de moeder van Esau en Jacob. In deze zwangerschap dienen de voortekenen van het verloop van het verdere verhaal zich aan.

 

Genesis 25: 19Dit is de geschiedenis van Abrahams zoon Isaak en zijn nakomelingen. Isaak, de zoon die Abraham verwekt had, 20was veertig jaar toen hij trouwde met Rebekka, die een dochter was van de Arameeër Betuel uit Paddan-Aram en een zuster van de Arameeër Laban. 21Omdat Rebekka onvruchtbaar bleek, bad Isaak vurig voor haar tot de HEER, en de HEER verhoorde zijn gebed: Rebekka, zijn vrouw, werd zwanger. 22De kinderen in haar lichaam botsten hard tegen elkaar. Als het zo moet gaan, dacht ze, waarom leef ik dan nog? En ze ging bij de HEER te rade. 23De HEER zei tegen haar:

‘Twee volken zijn er in je schoot,

volken die uiteengaan nog voor je hebt gebaard.

Het ene zal machtiger zijn dan het andere,

de oudste zal de jongste dienen.’

24Toen de dag van de bevalling was gekomen, bracht zij inderdaad een tweeling ter wereld. 25Het kind dat het eerst tevoorschijn kwam was rossig en helemaal behaard, alsof het een haren mantel aanhad; ze noemden het Esau. 26Toen daarna zijn broer tevoorschijn kwam, hield die Esau bij de hiel beet; hij werd Jakob genoemd. Isaak was zestig jaar toen zij geboren werden. 27Toen de jongens opgegroeid waren, werd Esau een uitstekend jager, iemand die altijd buiten was, terwijl Jakob een rustig man was, die het liefst bij de tenten bleef. 28Isaak was zeer op Esau gesteld want hij at graag wildbraad, maar Rebekka hield meer van Jakob.

 

zingen                                                            NLB 991: 1, 2, 3, 4 en 6 (allen: 1, 3 en 6, mannen: 2,

vrouwen: 4)

 

overweging

Soms moet je signalen ernstig nemen. Bij voorbeeld als bepaalde, misschien niet onmiddellijk voor de hand liggende thema’s of onderwerpen een paar keer, vanuit heel verschillende hoeken langs komen waaien. Dat kan dan begrepen worden als een uitnodiging om er eens wat meer aandacht aan te schenken. Dat is wat mij overkwam met die relatie tussen cultuur en natuur. En dat is de reden dat ik het er vanmorgen met u over wil hebben.

 

Zoals ik al vertelde, lees ik met een groep mensen een aantal verhalen over de aartsvader Jacob. In de loop van de afgelopen zomer heb ik mij uitgebreid met die verhalen bezig gehouden en kwam ik er meer en meer van onder de indruk. Die verhalen zaten de afgelopen zomer dus vooraan in het kaartenbakje in mijn hoofd. Eén van de thema’s in die verhalen is de vraag naar de relatie tussen natuur en cultuur of beschaving. Ik vermoed dat die relatie nergens zo kritisch tegen het licht gehouden wordt als in de bijbel.

 

Hetzelfde thema diende zich ook aan toen ik stond te kijken naar een installatie op de Biënnale in Venetië, een tweejaarlijkse moderne kunst manifestatie die ik afgelopen zomer heb bezocht. Dat was het tweede signaal. Ik heb u al eerder iets verteld over wat ik daar in Venetië heb gezien en wat indruk op mij maakte. Vanmorgen doe ik dat opnieuw. Zo meteen. Want eerst vertel ik nog even wat in mijn beleving het derde teken of signaal was dat mijn pad kruiste. Met een vriend, die in het buitenland woont, wissel ik van tijd tot tijd artikelen uit. Als ik iets lees waarvan ik vermoed dat het hem zal interesseren, dan stuur ik hem dat toe. En omgekeerd. Op die manier houden wij het gesprek gaande. In de loop van de afgelopen weken kwam de verhouding tussen natuur en cultuur ter sprake, eigenlijk met name naar aanleiding van een tweeluik in het dagblad Trouw over het nu voor het eerst in het Nederlands verschenen boek Der Untergang des Abendlandes van Oswald Spengler. Weinigen van u zullen het gelezen hebben maar ik veronderstel dat de meeste mensen hier aanwezig in elk geval de titel van het boek zullen kennen. Ook in dit boek gaat het over de complexe verhouding tussen wat wij cultuur noemen en wat wij natuur noemen al. Spengler definieert beide begrippen overigens anders dat ik dat vanmorgen zal doen maar dat daar gelaten.

 

Het kan geen kwaad om inderdaad eerst eens te kijken naar wat wij er onder verstaan, onder een de ene kant het woordje natuur en aan de andere kant onder de woorden cultuur of beschaving. Ik gaf bij de inleiding op de dienst al een voorschotje en zei al het gesprek maar meteen op scherp te zullen stellen. Ik ben mij er natuurlijk van bewust dat de definitie die ik gaf tamelijk provocatief zijn maar zij ligt wel dicht aan tegen de manier waarop er in de bijbel naar wordt gekeken. De natuur is daar de werkelijkheid waarin dus louter en alleen het recht van de sterkste geldt. En cultuur is datgene wat ons helpt om ook andere aspecten van het samenleven naar voren te halen. Zoals bij voorbeeld tederheid.

 

Beide begrippen kunnen natuurlijk ook anders gedefinieerd kunnen worden en ik sta open voor suggesties of correcties wat dit betreft. Maar ik wil nu, vanmorgen even proberen van deze definitie uit te gaan. Het is ook niet mijn bedoeling om een sluitend antwoord op de vraag naar de verhouding tussen beide begrippen te geven. Wat mij betreft is het al mooi als u er de komende dagen of misschien weken nog eens verder over nadenkt.

 

Om bij het verhaal uit Genesis te beginnen: in dit verhaal wordt vooral de tegenstelling tussen de natuurmens en de cultuurmens geschetst. Nu moet u, als u ervan houdt om buiten te zijn en de bedreigde natuur in onze delta een warm hart toedraagt zich niet meteen door deze woorden af laten schrikken. Het ligt ook allemaal niet zo scherp en ik hoop dat u mij, in elk geval nog even, het voordeel van de twijfel gunt. Het gaat hier vooral om twee manieren van kijken en van in het leven staan.

 

Esau is in dit verhaal de natuurmens. Hij representeert de die aspecten van het menszijn die in de gedachtegang van de vertellers van die oude verhalen typerend waren voor het leven in en met de natuur. Dat behaard zijn van hem waar zo nadrukkelijk gewag van wordt gemaakt, onderstreept dat. Hij heeft hem iets dierlijks. Wat bedoeld zal zijn, is dat hij, heel letterlijk, eenvoudig is. What you see is what you get. Esau is rechtlijnig. Goed is goed en kwaad is kwaad. Je houdt je aan je afspraken en beloofd is beloofd. Veel nuances die het gevolg zijn van het eindeloos stellen van vragen gaan aan hen voorbij. En als iemand uitglijdt en dat wijt aan een gebrek aan identiteitsbesef of aan een moeilijk verhouding tot een van zijn ouders in met name zijn jeugdjaren, dan kun je van Esau op weinig begrip rekenen. Hij zal dat weglachen als onzin en als slappe prietpraat. Mensen als Esau hebben niet zelden iets zelfgenoegzaams. Zij denken te weten hoe alles in elkaar zit en stellen daarbij geen grote vragen. Hun manier van denken schurkt aan tegen wat wij nu populisme noemen.

 

Wij, u en ik in het tijdsgewricht waarin wij leven, wij hebben de neiging de natuur te romantiseren. Sinds wij de natuur min of meer de baas zijn en haar voor eigen gewin kunnen manipuleren hebben wij haar mooier gemaakt dan zij is. Want als er iets is dat niet romantisch is, is het de natuur. Daar geldt immers maar één recht en dat is het recht van de sterkste. De zwakkere delft er eigenlijk altijd het onderspit. En dat is een logica die Esau wel ligt. Het is maar de vraag of en in hoeverre hij oog heeft voor zijn jongere broer Jacob. Die hangt wat rond bij de tenten. Hij schuilt achter moeders rokken. Zijn eindeloze getwijfel maakt dat hij niets klaarspeelt. Als hij iets wil bereiken kiest hij niet zelden een wat slinkse route. Voor de jacht is hij totaal ongeschikt. Dat is ook nogal inconsequent want hij eet er wel van maar zelf een dier doden ho maar. Nee Esau en Jacob verschillen van elkaar als de nacht en de dag. Jacob wordt in de bijbel gezien als de cultuurmens. Hij is glad van huid. Hij stelt vragen. En antwoorden heeft hij niet.

 

En hoe gek dat allemaal ook mogen klinken, de bijbel kiest voor Jacob. Zijn vaak twijfelachtig onuitgesproken manier van doen komt dichter in de buurt van waar het uiteindelijk op aankomt dan de wijze waarop Esau het leven gestalte geeft.

 

Dit is de manier waarop in deze verhalen de spanning tussen natuur en cultuur wordt aangeboden en opgevoerd. Ik vertel u nu over die installatie die indruk op mij maakte op de Biënnale in Venetië. Ik houd erg van mooie schoenen dus dat kan mij parten hebben gespeeld maar mijn oog bleef al snel hangen bij een aantal horizontale heldere, glazen planken of plankjes midden in een grote ruimte. Ik denk dat die planken drie meter bij vijfentwintig centimeter waren. Zij hingen een centimeter of vijftig boven elkaar. En op die verschillende planken stonden, als in de etalage van een dure schoenenwinkel, de meest prachtige schoenen uitgestald. Maar het bijzondere was dat in al die schoenen planten gepland waren. Op de één of andere ingenieuze, onzichtbare manier kregen die planten water zodat zij naar hartenlust konden groeien. Sommige van de schoenen waren al bijna door de planten overwoekerd en nauwelijks meer te zien. Andere dienden als basis voor een naar opzij of naar beneden groeiende plant. Het was een wonderlijk gezicht en ik heb een hele tijd staan kijken hoe de schoonheid van de planten de schoonheid van de schoenen met elkaar concurreerden.

 

Gedachten aan, ik kan het niet helpen, het verschil tussen Obama en Trump kwamen in mij op. Obama was in mijn fantasie degene die liet zien wat cultuur met een mens kan doen. Hem vereenzelvigde ik met de schoenen. En Trump, met zijn primaire impulsen en ongenuanceerde standpunten vertegenwoordigt de natuurmens. De een heeft oog voor wat en wie zwak zijn en trekt zich hun lot aan. Hij herkent de schoonheid daarvan. Hij realiseert zich zijn eigen zwakte en kwetsbaarheid en weet dat hij zich daarin verbonden kan weten met eigenlijk alle andere mensen. De ander maakt daarentegen grappen over de kwetsbaarheid van mensen en lacht om de manier waarop hij hen te grazen neemt. Terwijl ik stond te kijken nam ik het, het zal u niet zijn ontgaan, op voor de schoenen. Ik koos hun kant in de strijd. Hun kwetsbare elegantie werd teniet gedaan door de wilde groei van de planten.

 

Ter nuancering en ter verdediging van mijzelf moet ik even zeggen dat ik mij natuurlijk realiseer dat ik zowel Obama als Trump reduceer tot een stereotype. Dat is niet geoorloofd. Ik doen hen beiden tekort. Maar omwille van mijn betoog neem ik even de vrijheid om het zo te doen. En bovendien, dit was inderdaad wat er door mij heenging toen ik daar stond.

 

Maar bovendien, ook wie geen partij kiest (niet voor de schoenen en niet voor de planten) kan het niet ontgaan dat deze installatie de complexe verhouding tussen natuur en cultuur (of beschaving) aan de kaak stelt. Het is een leidend thema, ook in de manier waarop wij ons leven en onze omgeving inrichten.

 

Heel kort iets over het derde signaal, dat boek Der Untergang des Abendlandes van Oswald Spengler. Ik ga er heel weinig, of eigenlijk helemaal niets over zeggen, ook al omdat de discussie over dat boek vooral gaat over de vraag of de schrijver ervan, Oswald Spengler, gezien in het licht van de Duitse geschiedenis van de vorige eeuw nu ‘goed’ of ‘fout’ was. Maar los daarvan hanteert Spengler andere definities van natuur en cultuur. Ik weet dan ook niet zeker of wat hij schrijft bruikbaar is in het gesprek over waar Esau en Jacob voor staan. En het is maar zeer de vraag of ik hem goed begrepen heb. Ik heb dat heel dikke boek ook niet gelezen. Dus om te voorkomen dat ik ermee aan de haal ga en dingen zeg die ik niet hard kan maken, laat ik het rusten. Wellicht dat ik er een andere keer nog op terugkom.

 

Wat ik nu nog naar voren wil halen zijn de raadselachtige zinnen in het verhaal over de zwangerschap van Rebekka. Het klinkt bijna als een profetie: De kinderen in haar lichaam botsten hard tegen elkaar. Als het zo moet gaan, dacht ze, waarom leef ik dan nog? En ze ging bij de HEER te rade. De HEER zei tegen haar:

‘Twee volken zijn er in je schoot,

volken die uiteengaan nog voor je hebt gebaard.

Het ene zal machtiger zijn dan het andere,

de oudste zal de jongste dienen.’

 

Wat hier geschetst wordt, is de onverzoenlijke tegenstelling tussen de beide broers – en waar zij voor staan, natuurlijk. Het is óf het één, óf het ander: wij gaan in zee met de Esau in ons. Dat betekent dat wij Jacob zullen minachten. Óf wij vertrouwen ons toe aan de Jacob die er ook in ons huist. Dat is wiebelig omdat je nooit weet wat er van je worden zal. En Esau en de zijnen zullen je blijvend angst inboezemen. Maar op een wonderlijke, ondoorgrondelijke manier speelt jouw leven zich af in de nabijheid van het geheimenis dat het hele bestaan schraagt.

 

Even tussendoor: volgende week zaterdag kunt u hier in de Woudkapel naar een dag over ‘Beelden van de ziel’. Esau en Jacob zijn van die beelden. Zij vérbéélden kanten van ons bewustzijn die, als wij er geen taal voor hebben, diffuus en weinig gearticuleerd blijven. Dat is misschien wel waar deze verhalen vooral toe uitnodigen, tot het vergroten en verdiepen van ons bewustzijn. U kunt daar volgende week zaterdag dus verder mee aan de slag ..

 

De bijbel is niet het boek dat het harmoniemodel propageert. De bijbel denkt in vaak scherpe tegenstellingen. De bedoeling daarvan zal zijn om ons te helpen onderkennen dat wij niet ‘uit één stuk zijn’, geen van allen. Wij zijn vaten van tegenstrijdigheden waarin de luide stem van Esau galmt en soms, even het gefluister van Jacob een echo zoekt. Daarover vertelt het verhaal van de zwangere Rebekka als er staat dat er twee volken in haar wonen. Twee volken. Die zich niet met elkaar laten verzoenen. De één van het gelijk van de meerderheid en het recht van de sterkste. En de ander van het broze, verlegen gelijk van de tederheid. Aan ons de vraag welke van de twee wij denken dat ons het verste brengen zal.

Amen

 

stilte

 

piano- of orgelmuziek

 

gebed – stil gebed – Onze Vader

In een wereld waarin zoveel speelt

dat wij intussen het overzicht dreigen te verliezen,

wordt ons verteld dat de wereld

van onze verwarring en onze zorgen en zorgjes –

opengebroken kan worden,

dat alles waar wij op vastlopen

en tegenaan hikken

in een volstrekt ander licht kan komen te staan.

 

En of het waar is?

Wie zal het zeggen?

Maar alleen al de gedáchte dat het waar zou kúnnen zijn,

is zo onvergetelijk schoon

dat wij bereid zijn tot onze dood

de oren te spitsen

of wij het soms horen mochten.

 

Dankbaar zijn wij u voor die mensen in ons leven

die ons, hoe gebrekkig ook,

op het spoor van de mogelijkheid

van een andere manier van kijken en in het leven staan hebben gezet.

Wij vragen om de moed, de volwassen kinderlijkheid,

en de humor,

om het daarmee te wagen.

Om creativiteit bidden wij,

en om de huiver

om eerbiedig te verkeren met

de tederheid

die erom vraagt gestalte te krijgen.

Dat wij niet werkeloos toezien

als zij om zeep geholpen wordt,

verloochend, gemarteld, gekruisigd.

 

Dat wij zien hoezeer wij gevangen zijn in machtsdenken

of in verbittering, luiheid, ongeloof,

och al dat gedool en gedwaal van ons,

laat ons daarvan verlost worden.

 

In de stilte vertrouwen wij u toe wat een ander

niet voor ons verwoorden kan.

En wij bidden samen

 

zingen                                                            BB 35

 

zegen

De Heer zegene u en hij behoede u,

de Heer doe zijn aangezicht over u lichten en zij u genadig,

de Heer verheffe zijn aangezicht over u

en geve u vrede.