De Woudkapel                                                                                 zondag 1 oktober 2017

Voorganger: ds Pieter Lootsma

Organist: Jan Simons

In deze dienst vertelt Nelleke Vonk over haar werk dat op dit moment geëxposeerd wordt in de Woudkapel.

 

liturgie

welkom, kaars, stilte etc.

zingen                             NLB 779: 1, 2 en 4

inleidende tekst

Vanmorgen gaat het over kijken, kijken en nog eens kijken. En dan uiteindelijk gaan zien. Zo meteen zal Nelleke Vonk het een en ander vertellen over haar manier van werken en over hoe haar schilderijen tot stand komen. ‘Kijken en nog eens kijken’ speelt daarbij een grote rol. Ook zullen we een kort verhaal uit de bijbel lezen waarin iemand die misschien wel kan kijken maar die niets ziet, toch weer gaat zien: het verhaal van de genezing van de blinde uit het evangelie naar Marcus.

Ik begin met een gedicht. Het is geschreven door Ad den Besten. ‘Blind geborene’ heet het.

zingen                             NLB 779: 5 en 6

inleiding Nelleke Vonk

orgel / piano

schriftlezing                   Marcus 8: 22 – 25

Marcus 8: 22 Ze kwamen in Betsaïda. Er werd een blinde bij hem gebracht, en men smeekte hem om de man aan te raken. 23 Hij pakte de blinde bij de hand en bracht hem buiten het dorp. Hij deed wat speeksel op zijn ogen, legde er zijn handen op en vroeg: ‘Ziet u iets?’ 24 Hij begon weer te zien en zei: ‘Ik zie mensen, het zijn net bomen, maar ze lopen rond.’ 25 Daarna legde hij weer zijn handen op de ogen van de blinde. Deze sperde zijn ogen open en genas; hij zag alles nu heel helder.

zingen                            NLB 791 (Liefde eenmaal): 1, 2, 3 en 4

overweging

Vorige maand vertelde ik u over een gesprek dat ik van de zomer had met de berggids onder wiens leiding ik met een aantal vrienden over de Aletschgletsjer heb gelopen. En vanmorgen wil ik u weer iets vertellen dat afgelopen zomer op mijn pad kwam. Nu over tripje naar Venetië.

 

Ik had mij ingeschreven voor een vierdaagse cursus op de Biënnale in Venetië. De Biënnale is een moderne kunstmanifestatie die daar om het jaar gehouden wordt. Iedere keer wordt een vooraanstaand iemand uit de wereld van de moderne kunst uitgenodigd om de tentoonstelling samen te stellen. Dit jaar is dat Christine Macel, hoofdconservator van het Centre Pompidou in Parijs.

 

Met z’n twaalven hebben wij vier dagen intensief naar kunst gekeken terwijl onze cursusleider, de Nederlandse kunsthistoricus Ko van Dun, ons van uitleg en achtergrondverhalen voorzag. Eén van de kunstwerken maakte meteen een geweldige indruk op mij. Het was een eigenlijk heel eenvoudige installatie in een grote, volkomen donkere zaal. In het midden van die zaal werd met licht een langwerpige rechthoek van ongeveer anderhalf bij drie meter op de grond geprojecteerd. Verder was er helemaal niets te zien. Op een gegeven moment versprong de rechthoek een centimeter of twintig. En toen werd duidelijk dat precies in de rechthoek van licht wit zand lag. Nu het licht zich verplaatst had, waren er opeens twee rechthoeken te zien: die van het licht en die van het witte zand die nu dus niet meer binnen de lijnen van de lichtrechthoek lag. Op dat moment kwam er uit het donker een helemaal in het zwart geklede man naar voren met een bezem. Met grote zorg bezemde hij het zand weer binnen de lijnen van de lichtrechthoek. Toen hij klaar was, trok hij zich weer terug in het donker. Na een aantal minuten herhaalde dit zich. Het licht versprong, de man kwam tevoorschijn met zijn bezem in de hand en hij veegde het zand binnen de lijnen die het licht op de grond tekende. En zo ging het almaar door. Telkens als het licht zich verplaatste, kwam die meneer uit het donker tevoorschijn om het zand weer binnen de nieuwe lijnen van het geprojecteerde licht te bezemen.

 

Ik heb er een hele tijd naar staan kijken. Het deed mij denken aan een gesprek dat ik, tientallen jaren geleden, voerde met iemand met wie ik in die tijd af en toe fietste. Er waren nog geen smartphones om ons te helpen bij de navigatie dus wij moesten af en toe afstappen om even op een kaart te kijken. Mijn fietsmaatje zei toen, volkomen argeloos, terwijl hij naar een molen in de verte keek: ‘Ah, dat klopt, daar staat een molen’. Op de één of andere manier ergerde ik mij aan die opmerking. Die molen stond daar gewoon te staan en het was helemaal niet de vraag of dat wel of niet klopte. Hij had wat mij betreft op de kaart moeten kijken en moeten zeggen: ‘Wij zijn hier, want die molen daar staat ook op de kaart’. Ik wilde dat hij de werkelijkheid als uitgangspunt zou nemen en de kaart zou controleren. In mijn beleving toen controleerde hij de werkelijkheid met de kaart als uitgangspunt. Nu schaam ik mij bijna voor mijn muggenzifterij maar goed, zo is het gegaan. En daar, op de Biënnale, kwam het gebeuren terug in mijn herinnering.

 

Maar dat incident staat niet op zichzelf. Wat ik bedoel is dat er in de beleving van ons mensen veel vaker sprake is van twee werkelijkheden: een geprojecteerde werkelijkheid en een feitelijke werkelijkheid – die lichtrechthoek en de rechthoek die gevormd wordt door het op de grond liggende zand. Op de een of andere manier leidt het niet samenvallen van die twee werkelijkheden tot de neiging om de feiten aan te passen aan onze projecties. En dus niet andersom. Het kost moeite (en niet zelden pijn) om je projecties te veranderen, het beeld dat je hebt van jezelf, van de mensen om je heen of van de wereld waarin je leeft. Liever dan dat beeld te veranderen, schikken wij de feiten zo dat zij ons welgevallig zijn.

 

Een recent en tot de verbeelding sprekend voorbeeld is de inauguratie van de Amerikaanse president Donald Trump. Hij geniet van de gedachte dat hij buitengewoon geliefd en populair is. Daarom wil hij geloven dat er ongekend grote menigte te hoop is gelopen op het moment dat hij als president werd ingezworen. Maar de feiten spreken dat tegen. Die zeggen iets anders. Wat Trump vervolgens doet, is niet het beeld bijstellen dat hijzelf van de festiviteiten heeft; hij past de feiten aan aan het beeld dat hij koestert.

 

De hele wereld heeft hierom moeten lachen, u ook, neem ik aan. Maar toch staat wat Trump deed minder ver van ons af dat wij wellicht geneigd zijn te denken. Om klein te beginnen: hoeveel ouders herkennen in hun kind eigenschappen en talenten die het helemaal niet heeft en dus niet waar kan maken? Om even aan te sluiten bij een maatschappelijk debat van dit moment, zij zien hun kind als een jongen of een meisje, met alle daar in hun ogen bijhorende eigenschappen. Maar het kind kan dan biologisch misschien een jongen zijn, dat wil niet zeggen dat het ook de eigenschappen heeft die daar in de beleving van de ouders bij horen. Hun beelden van hoe jongens of meisjes zich moeten gedragen kunnen wel eens niet blijken te kloppen. Hun zoon blijkt meisjesachtiger dan hun lief is. Of hun dochter voelt zich te stoer voor de lieve, zachtroze meisjesmode, dat kan ook. En dan blijkt het vaak verdraaid lastig te zijn om die vastzittende beelden los te laten. Liever zouden deze ouders de feiten aan willen passen. Dat lijkt soms zelfs eenvoudiger: hun zoon moet maar zich leren gedragen als een jongen of juist als een meisje. Het komt allemaal vast nog wel goed …

 

Zo kan iemand een beeld van zijn of haar partner hebben dat wringt. Hij of zij blijkt anders in elkaar te zitten dan je lange tijd hebt gedacht. Wat doe je dan? Accepteren dat de feiten zijn zoals zij zijn of ga je hem of haar vragen zich alsnog naar het beeld dat jij hebt te voegen? Of de samenleving verandert in een richting die jij liever niet ziet. Wat doe je dan>

 

Als de feiten niet overeenstemmen met hoe wij de werkelijkheid gewend zijn te zien, dan is het niet zelden eenvoudiger te proberen de werkelijkheid aan te passen dan de manier waarop wij naar die werkelijkheid kijken.

Wij leven tegenwoordig in wat een ‘beeldcultuur’ genoemd wordt. Het beeld dat wij van onszelf, van elkaar en van de wereld hebben, bepaalt in belangrijke mate ons doen en laten. Feiten doen er minder toe dan in het verleden vanzelfsprekend werd gevonden. In die zin is Trump een uitgesproken eigentijdse, postmoderne man.

 

Op FaceBook en Instagram creëert de postmoderne mens vooral een bééld van zichzelf. Hij laat de gezellige, spannende, en veelbelovende momenten zien. Wat lastig is, beschamend of pijnlijk komt niet op zijn account terecht, of het moet zijn om te laten zien dat hij niet terugschrikt voor de vragen die het leven oproept. Maar ook dat is dan beeldvorming.

 

Deze en dergelijke gedachten gingen er door mij heen toen ik naar die installatie in Venetië stond te kijken. Telkens weer wordt met inzet en precisie het zand binnen de lijnen van onze projecties geveegd. De concrete werkelijkheid is blijkbaar te weerbarstig en onbarmhartig om als de waarachtige en uiteindelijke werkelijkheid te worden gezien. De mens blijft liever geloven dat het allemaal wel mee valt, met het klimaatprobleem, met de ongelijkheid in de wereld en noemt u het maar op. Stilletjes hoopt hij blijkbaar dat er, als je maar lang genoeg wacht, er een man uit de coulissen tevoorschijn zal komen die met een bezempje de harde feiten binnen de lijnen van het hem dierbare beeld zal vegen.

 

Van de week zat ik in de auto naar de radio te luisteren. Willemijn Veenhoven, presentatrice van het Radio 1 programma De nieuws b.v., voerde een gesprek over de invloed van de confessionele partijen op het nieuwe kabinet. Het gesprek ging over de vraag of en in hoeverre geloof een factor mag zijn. Wie haar gesprekspartner was, weet ik. Toen ik de radio aanzette, was het gesprek al min of meer voorbij. Maar vlak voordat de reclame begon vatte Willemijn Veenhoven het gesprek nog even samen. Ze zei begrepen te hebben dat ‘wij meer begrip moeten hebben voor mensen die ergens in geloven’. Op zo’n moment zakt de moed mij in de schoenen. Alsof er mensen zijn die ‘ergens in geloven’ en mensen die dat niet doen. Veenhoven bedoelde misschien dat wij meer begrip moeten hebben voor mensen die in God geloven maar ook zo’n opmerking is wat mij betreft volstrekt nietszeggend. Want wat wil dat zeggen, dat ‘iemand in God gelooft’? Die drie letters G, O en D worden oneindig veel verschillende manieren ingekleurd. De door Veenhoven gesuggereerde tweedeling bestaat domweg niet. Iedereen gelooft wel ergens in. De één gelooft dat wat er hier beneden mis is in een hiernamaals zal worden rechtgetrokken, een ander is ervan overtuigd dat uiteindelijk het goede op aarde zal overwinnen, weer een ander is ervan overtuigd dat de sterkste op termijn aan het langste eind zal trekken of dat het onvermijdelijk is dat de heerschappij van de mens ten einde loopt. Het kan allemaal. Willemijn Veenhoven denkt dat zijzelf niets gelooft. Dat is natuurlijk onzin. Zij heeft blijkbaar een slecht zicht op wat zijzelf wel en niet gelooft. En zij is de enige niet. Niet zelden is dat ‘wel en niet geloven van ons’ nogal diffuus. Het is veel eenvoudiger om ons te verbazen over wat anderen denken dat waar of juist onwaar is.

Het heeft even geduurd maar nu ben ik dan eindelijk aangeland bij het verhaal dat ik voorlas uit het evangelie naar Marcus. Ik lees dat verhaal als een verbeelding van een blindheid die heel dichtbij en dus herkenbaar is. Het is heel wel denkbaar dat Marcus met dit verhaal doelt op de al beschreven blindheid voor alle die eindeloze beelden en projecties waarmee wij de wereld beschouwen en haar beoordelen. En waarmee wij haar in een ons vertrouwd gareel persen. Wat wij normaal zijn gaan vinden, beschouwen wij als normaal, blind als wij zijn voor wat een ander normaal is gaan vinden en als normaal beschouwt. Niets is plezieriger en misschien zelfs voor de hand liggender dat de werkelijkheid zich aanpast aan onze norm. En omdat datzelfde geldt voor de mensen met wie wij deze wereld delen, verzeilen wij in moeilijkheden. Die kunnen we op tal van manieren te lijf gaan. Maar de manier die Marcus suggereert, is genezing zoeken voor die blindheid. Ik laat het verhaal goeddeels voor wat het is. De tijd ontbreekt om er lang bij stil te staan. Maar duidelijk zal zijn dat het intieme gebaar van de aanraking met speeksel wonderen doet. Jezus doet speeksel op de ogen van de blinde man en hij wordt ziende. Jezus staat hier voor een nabijheid die volkomen veilig is, liefdevol, onbevangen en zonder dubbele agenda.

 

Op de één of andere manier schrikt de blinde man er nu niet langer voor terug om de wereld en de werkelijkheid onder ogen te komen. Hij vlucht niet langer in fantasieën en projecties. Om Nelleke Vonk te citeren: in de kreukels, de vouwen en de structuur van het papier ontdekt hij een werkelijkheid die eerder verborgen bleef.

 

Hoe vreemd en onwennig het hem ook voorkomt, ziet de man uit het verhaal van Lucas dat wat er te zien is en hij omarmt dat. Het klinkt wellicht utopisch. Maar ik nodig u uit om dit oude verhaal een kans te geven.

Amen.

stilte

orgel / piano                

gebed

zingen                             BB 42 (Nu nog)

zegen